Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1212

uit db pers.

boord van de „Piet Hein", welke hebben verklaard, getuige Canters van af 11.45 tot het einde der wacht, getuige Steppelaar van dat overnemen der wacht tot aan de aanvaring, aan bakboord vooruit te hebben gezien een groen licht, waarvan zij overtuigd zeggen te zijn dat het was van de „Meuse" sprekende getuige Canters van 4 a 4Va streek vooruit volgens peilbord en getuige Stefpelaar aanvankelijk van 6 a 6% later van 4 a 4l/2 streek naar schatting;

dat werkelijk, indien dat groene licht zoude geweest zijn van de „Meuse", deze verklaring stellig zoude indruischen tegen die der voren vermelde getuigen, daar volgens de bepalingen aan vorenbedoeld Koninklijk Besluit het groene licht aan stuurboord van een schip evenals het roode licht aan bakboord, zoodanig ingericht is dat het slechts de tien streken van recht vooruit tot twee streken achterlijker dan dwars verlicht, zoodat door de gekleurde lichten onbelicht blijven juist die streken achterlijker dan dwars binnen welke een ander schip ten opzichte van eerstbedoelde een oploopend schip is;

dat dus alsdan do „Piet Hein" de „Meuse" niet zoude hebben opgeloopen;

0. echter, dat de rechtbank van oordeel is, dat het dooide officieren geziene groene licht, niet is, noch kan geweest zijn het vuur van de „Meuse";

dat toch in de eerste plaats de officieren wel verklaarden overtuigd te zijn van het tegendeel doch die overtuiging, waar zij tevens verklaren, Canters, dat hij inmiddels eenigen tijd naar omlaag is geweest, en Steffelaar, dat hij dat licht niet voortdurend in het oog heeft gehouden en zelfs dat hij met het oog op de verdere vaart van zijn schip, meer gelet heeft op hetgeen aan stuurboord dan op hetgeen aan bakboord te zien was, niet kan gelden als de stellige verklaring dat dat groene licht, ook werkelijk was het licht van het schip, waarmede de „Piet Hein" in aanvaring kwam;

dat bovendien is vast te stellen dat zulks onmogelijk is geweest;

dat de rechtbank daarbij aanneemt:

1°. dat Canters die daarbij het peilbord bezigde en dus nauwkeurig waarnam, van af 11.45 's avonds en Steffelaar bij het komen op de wacht en daarna het groene licht gezien hebben op 4 streken aan bakboord vooruit, zijnde door hen zelfs gesproken van 4 a 4'/2 streek, door Steffelaar aanvankelijk zelfs van 6 streken, doch nemende de rechtbank hier slechts 4 streken aan, omdat bij 4x/2 en nog meer bij 6 streken na te melden betoog nog meer in het nadeel van gedaagde zoude strekken;

2°. a. dat de vaart van de „Piet Hein" toenmaals was ongeveer 11 mijl, zijnde zulks verklaard door getuige Steffelaar terwijl getuige Canters spreekt van ongeveer 12 mijl, wordende echter om de onder 1°. hiervoren opgegeven reden slechts de minste dier getallen aangenomen ;

Sluiten