Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korte mededeelingen.

1223

Riouw teruggekeerd. Ook op deze reis werden geen verdachte visschers ontmoet. Na afgelost te zijn door Hr. Ms. „Assahan" werd 12 December van Riouw naar Tandjoengpriok vertrokken, waar 14 December geankerd werd.

Hr. Ms. „Koetei", luitenant ter zee le klasse E. H. Eriderichs.

November.

Op 5—11 — 12 en 19 November werd de Sabangbaai verlaten om daar buiten en in de Kroeng Rajabaai schietoefeningen met het geschut te houden. Op verzoek van den Goeverneur van Atjeh werd van 23 November tot eind verslagmaand te Oleh-leh vertoefd om de te Kota Radja te houden sprofeesten bij te wonen. 26 November werd tot het afhalen van de mail naar Sabang teruggekeerd en den volgenden dag weder te Oleh-leh geankerd. De theoretische en practische oefeningen hadden geregeld plaats.

Torpedodienst.

Luitenant ter zee le klasse J. L. von Leschen.

Door de booten „Hydra" en „Scylla" werd van 4 t/m. 9 November een tocht gemaakt naar het vaarwater benoorden Gili Radja (Straat Madoera) om assistentie te verleenen bij het doen van contröleschoten door de jagers „Wolf" en „Fret". Op 12 — 13 — 22—27 en 28 November werden de vaarwaters van Soerabaja in groepsverband bevaren, waarbij op de twee laatstgenoemde data een 24 uurs stoomtocht rond Madoera gemaakt werd.

Door Hr. Ms. „Python", „Sphinx" en „Minotaurus" benevens door bovengenoemde booten werden bovendien meermalen afzonderlijke vaartochten ondernomen en wel tot het bepalen van kompasfbuten, tot het houden van schietoefeningen, het doen van stoomproeven en tot beteugeling van mogelijke zeerooverij. De oefeningen van onderofficieren en matrozen hadden geregeld plaats.

Hr. Ms. Wachtschip. De Wachtschipsdienst ter reede Soerabaja bleef opgedragen aan Hr. Ms. „Koningin der Nederlanden", onder bevel van den kapitein-luitenant ter zee W. H. von Leschen.

Schepen voor Hydrografische Diensten.

Hr. Ms. „Sumbawa", luitenant ter zee le klasse J, P' Muller.

Hr. Ms. „Sumbawa" zette tot 27 November de opnamewerkzaamheden op de Noord- en Oostkust van Billiton voort, en vertrok dien datum naar Tandjoengpriok, omdat vanwege den doorstaanden Westmoesson niet meer op het terrein gewerkt kon worden. 29 November werd in de haven gemeerd.

Sluiten