Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor land- en zeemacht.

15

waren verzekerd; bij de pensioensverbetering' beteekent het ontbreken van terugwerkende kracht, dat zekere verhoogde inkomsten, waarop de betrokkenen hebben gehoopt, gedurende al de jaren, dat zij nog pensioen zullen trekken, niet zullen worden' genoten. Zelfs eenige leden, die tegen de terugwerkende kracht der traktementsverbetering bezwaren hadden gemaakt, verklaarden op grond van het hier aangeduide verschil te zijn voor terugwerkende kracht der pensioensverbetering'.

Enkele leden zouden, gelet op de bescheiden pensioenen, die tal van gepensionneerde officieren genieten, geen bezwaar hebben in dit opzicht nog verder te gaan dan de Regeering voorstelt. Dan doet zich echter de moeilijke vraag voor, welk tijdstip is te kiezen. Om te kunnen beoordeelen, welke beteekenis voor de schatkist zoude hebben een toepasselijkverklaring van de voorgestelde regeling ook op alle nog levende reeds vóór 1 April 1911 gepensionneerde officieren, vroegen zij een opgaaf van het aantal dezer officieren in eiken rang met een globale raming der kosten. Ook zouden zij gaarne worden ingelicht gedurende hoevele jaren zulk een toepasselijkverklaring haar invloed vermoedelijk zal doen gelden op de kosten der pensioenen.

Door enkele leden werd nog de vraag gedaan, of het waar is, dat door of vanwege de Regeering aan officieren, die na 1 April 1911 gepensionneerd zijn, toezeggingen betreffende gunstiger pensioensbepalingen zijn gedaan.

Wetsontwerp Litt. B.

Voor sooveel het bij het wetsontwerp litt. A opgemerkte niet ook toepasselijk is op de bepalingen van wetsontwerp litt. B, gaf dit laatste tot geen beschouwingen of opmerkingen aanleiding.

Aldus vastgesteld door de Commissie van Rapporteurs den 2den April 1912.

Verhey.

Drucker.

Eland.

Duymaer van Twist. Van Veen.

Sluiten