Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHOOGINQ VAN HET VIDE HOOFDSTUK DER STAATSBEQROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1912.

MEMORIE VAN ANTWOORD.

Ter beantwoording van de beschouwingen waartoe het afdeelingsonderzoek van dit wetsontwerp aanleiding heeft gegeven, moge het den ondergeteekende vergund zijn het volgende in het midden te brengen.

Wanneer uitgegaan wordt van het standpunt, dat met het toestaan van een eersten termijn voor het in aanbouw brengen van het aangevraagde pantserschip van 7600 ton waterverplaatsing voor den algemeenen dienst, een antwoord zal zijn gegeven op de strijdvraag, of voor de verdediging van Indië eene artillerievloot dan wel eene torpedovloot de meest aangewezene is en bovendien eene beslissing zal zijn gevallen omtrent het type van het schip, waaruit die artillerievloot in hoofdzaak zal zijn samengesteld, dan onderschrijft ondergeteekende gaarne het gevoelen der Kamer, dat zij voor eene moeilijke en gewichtige beslissing staat.

Van zoodanige beslissende keuze is hier intusschen geen sprake. De meening toch dat door het toestaan van de aangevraagde gelden de Kamer zich binden zou tot het aanbouwen van een eskader van 4 pantserschepen van 7600 ton waterverplaatsing acht de ondergeteekende ten eenen male onjuist. Formeel onjuist, omdat door hem geen goedkeuring wordt gevraagd op een voorstel tot het toestaan van gelden tot uitvoering van een plan van aanbouw, loopende over vele jaren, en de facto onjuist, omdat, afgezien nog van de omstandigheid dat met het in aanbouw brengen van het aangevraagde schip de eenheid van het materieel niet wordt verbroken en dit schip dus ook voor de verdediging van het Rijk in Europa volkomen bruikbaar zou zijn, het ook deel zou kunnen uitmaken van het Nederlandsen eskader in Oost-Indië, wanneer dit in hoofdzaak uit torpedoschepen zou zijn samengesteld. Het zou toch in dergelijke formatie, als verplaatsbare versterkte basis en als moederschip van die torpëdoschepen optredende, den vijand dwingen in den strijd tegen die torpedoschepen ook ander dan niet gepantserd materieel te gebruiken,

Hoezeer het gevoelen van den ondergeteekende onveranderd gebleven is, hoezeer hij ook het gedane voorstel ongerept wenscht te handhaven en aan de grondslagen waarop het is opgebouwd nog onveranderlijk vasthoudt, toch acht hij het — bij eene zoo klaarblijkelijk onjuiste meening als waarvan het Voorloopig Verslag blijk gaf — nuttig er hier met nadruk op te wijzen dat het voorgestelde pantserschip in niets praejudiceert op eene

Sluiten