Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VÓÓR HET DIENSTJAAR 1912.

21

wordt voorgesteld, in werkelijkheid niet zal kunnen plaats hebben.

Ondergeteekende schaart zich, wat deze opmerking betreft, dus geheel aan de zijde der leden, die de meening betwistten, dat het Westgat ongeschikt zoude zijn voor het inloopen van groote schepen en hij wil daarbij nogmaals nadrukkelijk verklaren, dat de noodzakelijkheid om de toegangen tot de reede van Soerabaja door versterkingen te verdedigen, minstens evengroot is als deze plaats moet dienen tot steunpunt voor een torpedovloot, als voor het geval zij dit voor een artillerievloot zal moeten zijn.

Door de leden die zich tot de voorstanders verklaarden van eene uitsluitend uit torpedoschepen samengestelde vloot wordt nog opgemerkt, dat de groote schepen van den vijand slechts met weinig gevolg tegen torpedoschepen kunnen optreden, omdat deze den ongelijken strijd kunnen vermijden en indien zij steun vinden in schuilplaatsen, welke tegen aanvallen van ongepantserd materieel zijn versterkt, ten slotte aan een krachtige pantservloot de voordeelen kunnen ontnemen, welke deze den aanvaller biedt. Waarop dan volgt, dat wanneer de omstandigheden gunstiger worden, het wapen der torpedoschepen van dien aard is, dat het ook aan de groote schepen belangrijke schade kan toebrengen met de gevolgen van dien.

Tegen dit betoog wenscht ondergeteekende aan te voeren, eerstens, dat de vijand voor den strijd tegen eene torpedovloot zijne pantserschepen niet noodig heeft, maar tegenover die vloot schepen kan stellen, welke slechts te voldoen hebben aan den eisch dat zij zwaarder bewapend zijn dan de torpedoschepen en deze in snelheid evenaren. In de tweede plaats wordt opgemerkt, dat, zooals hiervoren reeds werd in het licht gesteld, aan den eisch, dat de torpedovaartuigen steun moeten kunnen vinden in versterkte schuilplaatsen, niet overal kan worden voldaan, terwijl het ten slotte niet duidelijk is, ten gevolge van welke omstandigheden de vijandelijke pantservloot, de hoofdmacht des vijands, in voor haar ongunstigen toestand zal komen te verkeeren, waar deze zich niet heeft bloot te stellen aan de aanvallen van een torpedovloot, welke zich aan den strijd heeft onttrokken en door het niet gepantserde materieel in bedwang wordt gehouden.

Mocht met dat in „ongunstigen toestand geraken" bedoeld zijn, dat aan het ageerende niet gepantserde materieel des vijands, het aan steenkolen en behoeften zou gaan ontbreken, dan zij er aan herinnerd dat dit materieel, wat zijne voorraden betreft uit zich zelf reeds in veel gunstiger conditie verkeert dan eene torpedovloot, maar bovendien nog als basis achter zich heett de hoofdmacht des vijands met hare voorraadschepen.

Het was ondergeteekende aangenaam te ontwaren, dat door verschillende andere leden volkomen instemming met de door hem ontvouwde zienswijze ten opzichte van het te kiezen stelsel,

Sluiten