Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912.

85

gegaan, komt het hem onmogelijk voor hieraan tegemoet te komen. Hij meent ech'er dat zijn ontwerp voor het beschikbare bedrag geeft, alles wat naar mogelijkheid daarmede te bereiken is

Als eene leemte in de door hem gewenschte vloot werd aangehaald, het gemis aan éclaireurs.

Hieromtrent wil ondergeteekende aanvoeren dat de torpedobootjagers, toegevoegd wordende aan het eskader den verkenningsdienst zullen verrichten uitsluitend voor het eskader, (tos niet geheel Indië zullen hebben te bewaken of alle toegang en tot Java zooals de Commissie zich dat voorstelt, hierbij wederom het oog hebbende op eene beveiliging van Java tegen een veroveiaai.

Aan de leden die één reserveschip geheel onvoldoende achten merkt ondergeteekende op, dat, waar het nog lange jaren zal duren voordat de vloot met één reserveschip voltallig zal zijn, hierover later van gedachten zou zijn te wisselen; hem komt echter één reserveschip voorloopig voldoende voor omdat, wordt aangenomen dat de groote schepen eens om de 4 of 5 jaar eene groote herstelling zullen moeten ondergaan.

Dat de te besteden som op de plannen van het schip van invloed geweest is, wenscht ondergeteekende dadelijk toe te o-even hetgeen trouwens vrijwel overbodig mag heeten, waar zoo herhaaldelijk door hem de financieele draagkracht naar voren

is ^2^^ g Qp bladz, 1Q bovenaan ter sprake gebrachte ernstige bezwaar tegen behoud van de werf van aanbouw, dat ook wanneer het schip bij den proeftocht met voldoet men er genoegen mede moet nemen, wordt door ondergeteekende niet als zoodanig erkend; van een bezwaar zou eerst sprake kunnen zijn, wanneer die werf van aanbouw met in staat was de haar gegeven opdrachten behoorlijk uit te voeren en daarvan is nimmer iets gebleken. ^„^ncrvmr

Den leden, wien een aantal van vier schepen te gering vooikwam, wenscht ondergeteekende in herinnering te brengen dat ook hij dit als een uiterst minimum beschouwt.

Dankbaar voor den steun van eenige leden, die zich bereid verklaarden hun stem aan zijn voorstel te geven, omdat 's Rijks financiën, den bouw van grootere schepen met toelaten, wenscht ondergeteekende dezen leden mede te doelen, dat werkelijk het verkrijgen van grooter snelheid bij behoud van dezelfde bewapening, pantsering, werkingssfeer enz. tot een niet onbelangrijke stijging der uitgaven aanleiding zou geven

In antwoord op de vraag welke waterverplaatsing een pantserschip zoude moeten hebben, om te voldoen aan de eischen door den Raad van Defensie als mmimum gesteld diene dat die waterverplaatsing zoude moeten Dearaöen + 8100 ton. Ondergeteekende acht de daarvoor e verkrijgen ttrekkemzeer geringe vermeerdering van gevechtswaarde met i^ overeenstemming met de betrekkelijk groote daarvoor noodige vermeerdering van waterverplaatsing en dus ook van kosten, welke laatste op f 600 000 per schip geraamd wordt. Indien

Sluiten