Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

VERHOOGING V. H. VI™ HOOFDSTUK DER STAATSBEGROOTING

bijdragen, worden verwezen naar hetgeen te dien aanzien hooger is te berde gebracht.

Van deze gelegenheid wenscht ondergeteekende gebruik te maken om, ook met het oog op het vele dat over het aangevraagde schip geschreven is, het navolgende onder de aandacht der Kamer te brengen, waarbij dan wellicht omtrent eenige punten in herhaling getreden wordt van hetgeen hiervoren reeds is medegedeeld.

Met bestemming om deel uit te maken van de zeemacht in Oost-Indië werd in 1903 een schip van het type „KoninginRegentes" op stapel gezet, werd in 1908 de kiel gelegd van de „De Zeven Provinciën" en worden thans gelden aangevraagd voor een nieuw pantserschip van grooter type.

De hoofdkenmerken dezer schepen zijn de navolgende (zie nevenstaande tabel):

De pantsering der drie schepen is behoudens kleine verschillen gelijk; eene belangrijke verbetering is op het nieuwe schip de beschermde opstelling der afstandmeters.

Eene vergelijking tusschen de drie schepen doet zien, dat het voorgestelde schip, bij eene zelfde mate van bescherming en een ruim 1000 ton grootere waterverplaatsing, naast meerdere snelheid en krachtige torpedobewapening, wat het zware geschut betreft, over meer dan het dubbele artilleristisch vermogen van het laatst gebouwde groote schip n.1. de „De Zeven Provinciën" beschikt; want, waar hier de zware batterij uit 2 kanons van 28 cM. L/40 kaliber bestaat, daar zal het voorgestelde schip bewapend worden met 4 kanons van 28 cM. lang 45 kaliber, van welk geschut het doorboringsvermogen van het projectiel belangrijk grooter is dan dat van de projectielen, die uit de zware kanonnen van de „De Zeven Provinciën" kunnen worden geschoten.

Vergelijking met de schepen type „Koningin-Regentes" valt m nog veel grootere mate ten bate van het aangevraagde schip uit.

Waar toenmaals aanbouw van de „De Zeven Provinciën" met ingenomenheid werd begroet, rijzen nu tegen een schip van het aangevraagde type allerlei bezwaren, niettegenstaande zooveel mogelijk werd tegemoet gekomen aan de wijzigingen door den Raad van Defensie voorgesteld.

Waaraan deze verandering in opvatting is toe te schrijven is ondergeteekende niet recht duidelijk; ze zou alleen te verklaren zijn wanneer gedurende de na den aanbouw van de „De Zeven Provinciën" verloopen 4 jaren öf de strategische omstandigheden in onzen Oost-Indischen Archipel gewijzigd waren ten gevolge eener wijziging in de machtsverhouding der omliggende Staten, öf wanneer sedert geheel gewijzigde omstandigheden geleid hadden tot het aanvaarden eener andere opvatting omtrent de taak, die aan onze Zeemacht daar ter

Sluiten