Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

VERHOOGING V. H. V1DE HOOFDSTUK. DER STAATSBEGROOTING

schepen voorzien zijn, zoodat een torpedovloot niet gesteund door artillerievuur van eenige beteekenis, tegenover pantserschepen geheel machteloos zou zijn.

Van die fundamenteele waarheid heb ik zeer verbaasd opgezien.

Ik zou wel willen vragen, wat moeten wij dan wel doen met onze torpedovaartuigen hier te lande, die wij nog steeds aanbouwen? Wat wil de Minister daarmede dan doen voor de verdediging van Nederland? Ik begrijp den Minister niet; want indien waar was, wat de Minister zegt, zou ik denken, dat wij het beste deden, onze torpedovaartuigen maar geheel op te doeken.

Ik ga echter met den Minister in het geheel niet mede en moet aan de juistheid van deze door den Minister als fundamenteel gekenschetste waarheid twijfelen.

Misschien bedoelt de Minister als een andere fundamenteele waarheid, dat zijn artillerievloot den vijand noodzaakt zijn hoofdmacht te gebruiken, waar tegenover dan het bezwaar zou staan, dat de- vijand tegenover een torpedovloot alleen minderwaardig materiaal of eenige snelloopende kruisers van betrekkelijk weinig beteekenis zou stellen.

Dat de vloot, zooals de Minister zich die denkt, een vijand van beteekenis zou noodzaken tot het in gevecht brengen van zijn hoofdmacht of althans een flink gedeelte daarvan, is reeds genoeg weersproken. De Minister kent zijn vloot inderdaad daarmede te groote waarde toe en dat, indien dan werkelijk de vijand met zijn hoofdmacht mocht komen, onze artillerievloot spoedig van het tooneel zou zijn verdwenen, zonder evenredig nut te hebben kunnen doen, dat is wel als zeker aan te nemen; veel spoediger dan met de torpedovloot het geval zou zijn; zoodat ook de landingsvloot van den vijand, die toch ten slotte bezit van ons gebied moet kunnen nemen, nog wel van die torpedovloot te lijden zou hebben.

Dat gewapende koopvaardijschepen onze geheele torpedovloot, jagers en kruisers, zouden kunnen vernietigen of tot algeheele werkeloosheid doemen, zonder zelve daarbij ernstige schade te lijden of vernietigd te worden, acht ik uitgesloten, en merkwaardig is het, hoe de tegenstanders van de torpedovloot de waarde van de torpedo, die anders hoog gehouden wordt, verkleinen, en alle slechte kansen alleen op rekening van de torpedovloot plaatsen; evenzoo zich haar aanvoering gebrekkig en onbeholpen voorstellen. Ik meen dat ten slotte de vijand toch nog wel met andere schepen zoude komen en dat het hem dan nog niet zoo spoedig zou gelukken om, hetgeen zelfs maar van de torpedovloot zou overgebleven zijn, geheel onschadelijk te maken, zoodat de landingsvloot ten slotte toch nog aan haar aanslagen zou kunnen blootstaan. Met dat al is door de handelingen van de torpedovloot veel meer tijd gewonnen, dan ooit het geval zou kunnen zijn, wanneer de 4 schepen van den Minister de actie zouden moeten voeren.

Bij dit alles, Mijnheer de Voorzitter, moet ter dege in acht

Sluiten