Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912. - BERAADSLAGING.

143

onze scheepsbouwkundigen, zelfs voor die van de marine, meen, dat het ontwerpen en bouwen van dergelijke schepen op het oogenblik niet aan hen kan worden overgelaten.

Ik bedoel hiermede niet een minachtend oordeel uit te spreken, maar pour savoir quelque chose il faut 1'avoir appris, en van de ervaring in het bouwen van zulke schepen zijn onze scheepsbouwkundigen, zelfs die van de marine, tot nog toe verre gebleven. Er zijn ook teekenen, dat in eersten aanleg een bestelling in het buitenland bij onze marine volstrekt niet slecht opgenomen zou worden. Wij zouden dus, afgezien van het feit dat de werfgelegenheid die wij te Amsterdam bezitten, den bouw van een dergelijk schip niet toelaat, verstandig doen met de eerste schepen in het buitenland te doen aanbouwen, natuurlijk onder toezicht van onze eigen scheepsbouwkundigen, die niet alleen zouden moeten toezien, dat de aanbouw goed werd uitgevoerd, maar die daarbij ook een leerschool zouden doorloopen, waardoor genoegzame waarborg zou verkregen worden om voor de volgende schepen Nederland als land van aanbouw te kunnen kiezen.

Wij zouden dus moeten bestellen in het buitenland twee schepen te gelijk. Op de groote werven aldaar kan men heel goed twee van die schepen te gelijk aanbouwen en is men ook zoo geoutilleerd, dat men ook snel kan bouwen, zoodat er maar een paar jaar mede gemoeid zullen zijn.

Gesteld nu dat de kosten zullen bedragen 20 millioen per schip, dat is dus 40 millioen gulden. Hoe komen 'wij dan aan het geld? De Minister heeft den leeftijd van zulk een schip gesteld op 20 jaar; hierbij reken ik twee jaar voor aanbouwen een jaar om de schepen te beproeven voordat men tot verdere bestelling overgaat, dus dat is een termijn van 23 jaar. En nu heb ik door een deskundige doen uitrekenen hoe groot de annuïteit zou zijn van een leening van 40 millioen, af te lossen in 23 jaar tegen 3l/g %, en dat zou dan komen op f 2 560 752. Draagt nu Indië daarin bij voor de helft, dan zou dus het Nederlandsche budget bezwaard worden, voor de aanschaffing van schepen, met een annuïteit van f 1 280 876.

Nu heb ik er reeds op gewezen welke de capaciteit van ons Marinebudget is ten opzichte van den aanbouw voor Indië. Ik zal het ter wille van de duidelijkheid nog even herhalen. Sinds jaren reeds is op het budget voor aanbouw altijd gerekend op 4.2 millioen. De Minister heeft verklaard, dat hij daarvan 2.2 millioen noodig heeft om de defensie in Nederland behoorlijk op peil te houden. Blijft dus 2 millioen per jaar voor de Indische marinedefensie. Als ik daarvan aftrek 'de annuïteit voor die twee schepen, dan houd ik nog over nagenoeg f 720 000. Die kan ik gedurende die drie jaar - twee jaar voor aanbouw en een voor proefjaar - besteden voor aanschaffing van kleiner materieel ten behoeve van Indië, torpedobooten of wat er verder nog noodig mocht wezen.

Bevallen die twee groote schepen goed - na drie jaar

Sluiten