Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

VERHOOGING V. H. VIDE HOOFDSTUK DER STAATSBEGROOTING

kunnen wij dat weten — dan kunnen wij een nieuwe aanschaffing doen op denzelfden voet. Wij kunnen dan weder twee schepen laten aanbouwen, deze keer hier te lande. Dan komt dus weer een nieuwe annuïteit van f 1 280 376 voor rekening van het Nederlandsche budget. Er was van de 2 millioen jaarlijks over f 720 000, dus zou er dan na 3 iaren, ten gevolge der tweede annuïteit f 1 280 376 - f 720 000 of ongeveer f 560 000 boven de hooger bedoelde 2 millioen op het Nederlandsche budget van Marine komen te drukken. Maar met die cijfers is de rekening nog niet afgeloopen. Heel belangrijk zijn de jaarlijksche herstellingen. Die komen bij de tegenwoordige regeling, behalve de herstellingen die in Indië plaats hebben — ik kom straks op dat punt terug naar ik meen voor rekening van het Nederlandsche budget. De rekening van herstellingen is aanzienlijk. Wij weten, dat de Minister meent, dat herstellingen moeten berekend worden op 3,6 % van de aanschafflngskosten. Dat zou zijn per schip van 15 000 ton f 720 000. Van de bestaande schepen kost volgens diezelfde berekening de „Regentes" f 158 000. Ik noem de „Regentes", omdat de Minister zelf dat schip heeft uitgekozen in de vergelijking die hij gemaakt heeft voor de meerdere kosten waarin wij zouden vervallen door den bouw van schepen van 7600 ton of meer. Als wij nu die f 158 000, die wij toch reeds ten laste van het Nederlandsche budget hebben, aftrekken van de f 720 000, dan blijft er over f 562 000. De Minister erkent zelf, dat wat de herstellingskosten aangaat zijn nieuwe schip ƒ 100 000 per jaar meer zal kosten dan een „Regentes". Willen wij de rekening dus zuiver maken, dan moeten wij ook die f 100 000 aftrekken en dan krijgt men f 462 000 als het meer bedrag der herstellingskosten voor ieder van de groote schepen, waarmede de Nederlandsche rekening ten gevolge van de aanschaffing van een eskader van 15 000tons-schepen zou bezwaard worden.

Ik krijg dus dit tableau, dat wij in de eerste drie jaren geen verhooging van het Marine-budget zullen hebben, maar integendeel een overschot van f 720 000, want natuurlijk hebben wij in de eerste 2 jaren, wanneer 2 schepen gebouwd worden, en gedurende het eerste proefjaar, geen herstellingskosten te betalen. In het vierde en vijfde jaar, terwijl de laatste schepen worden aangebouwd, zullen wij herstellingskosten hebben te dragen van de twee die dan reeds in de vaart zijn, en hebben wij dus te betalen 2 maal ƒ 462 000 — f 924 000. In het zevende jaar zullen wij ook te rekenen hebben met de herstellingskosten 'van de twee laatste schepen, dat geeft te zamen 4 X ƒ462 000 = f 1 848 000.

Nu meen ik, dat reeds volgens de tegenwoordige regelingde kosten van de herstellingen die in Indië plaats hebben, ook door Indië worden betaald, en wanneer wij nu nagaan, dat er een streven is om de gelegenheid tot herstel en tot dokken in Indië steeds vooruit te doen gaan en dat - wij hebben het

Sluiten