Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

VERHOOG IK 6? V. H. VIM HOOFDSTUK DER STAATSBEGROOTING

die geachte voorsteller had kunnen goedvinden om haar in te dienen bij den aanvang van het debat over dit schip, of wel wanneer hij de gelegenheid had gebruikt om zich te doen inschrijven en dan de motie had toegelicht of ook, als die geachte afgevaardigde gebruik had gemaakt van de bevoegdheid van het Reglement van Orde en oogen Wikkel ijk de motie had besproken. Nu dit evenwel niet is gebeurd en de heer Van _ Karnebeek zich heeft opgemaakt zoogenaamd om de motie toe te lichten, maar inderdaad om reeds vooraf een conclusie te nemen, welke de motie juist wil voorkomen, nu moge het ook mij geoorloofd zijn over de verschillende aangeroerde punten iets in het midden te brengen.

In de eerste plaats zou ik naar aanleiding van de motie een paar vragen willen doen.

Ik lees . . . „onze Oost-Indische bezittingen behooren te worden verdedigd tegen eventueele aanvallen en de neutraliteit in den Indischen Archipel kan worden gehandhaafd" enz.

Ik zou van den geachten voorsteller wenschen te vernemen of daarmede bedoeld wordt het onderzoek der verdediging van Nederlandsch Indië in haar geheel? Wanneer het alleen de bedoeling is de maritieme verdediging onder de oogen te zien, kan ik mij met deze motie in geen enkel opzicht vereenigen,' in de eetste plaats omdat dit zou zijn een herhaling van de Staatscommissie, die reeds haar verslag heeft uitgebracht en in de voornaamste plaats omdat het eindelijk tijd wordt dat men de verdediging van Indië in haar geheel, als eenheid beschouwd, onder de oogen ziet. Dit is het eerst noodig om te komen tot een behoorlijke opvatting van de zaak. Het heeft eenige theoretische waarde, hoe wij hier debatteeren over schepen van 7600 of 15 000 ton. maar tegenover de practische zijde van het vraagstuk ter verdediging van Nederlandsch-Indië hebben deze debatten slechts een zeer problematieke waarde zoolang wij het over de verdediging zelf niet eens zijn.

In de tweede plaats zou. ik den geachten voorsteller willen vragen wat zijn bedoeling is met deze motie ten aanzien van het wetsontwerp dat voor ons ligt? Wil men dat nu afstemmen, of de thans aangevraagde gelden doen besteden voor den aanbouw van klein materieel? Ik ga gaarne met den Minister mede indien hij deze gelden daartoe wil gebruiken ; voor mijnen en torpedo's dus. In dit opzicht wil ik den Minister dus steunen zoover als eenigszins mogelijk is.

De quaestie thans aan de orde — en dat is ook het belangrijkste tevens van de zaak - is allereerst een koloniaal vraagstuk. Men kan haar niet bezien los van de koloniën zooals wij thans doen, maar de koloniën zijn een integreerend deel, het wezenlijk deel der quaestie. Daarom, hoezeer ik er prijs op stel, dat de geachte Premier van het Kabinet zich in ons midden bevindt, en hoezeer we het voorrecht hebben genacf verschillende van zijn ambtgenooten bij deze debatten tegenwoordig te zien, wat ik evenzeer apprecieer zoo moet ik

Sluiten