Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOE HET DIENSTJAAR 1912. - BERAADSLAGING.

195

uit bestanddeelen die niet recht bij elkander passen, zoodat het zwakste altoos de sterkere elementen tegenhoudt, althans in de snelheid. Men zal dat natuurlijk kunnen vermijden, indien men doet, zooals vroeger, toen wij nog houten schepen hadden. Toen heeft men een stel fregatten gehad, die precies eender gebouwd werden en daarom ook precies bij elkander pasten; het type dat nog lang in de „Wassenaer" te zien is geweest, die in Amsterdam lag. Ik heb jarenlang van mijn woning op dat schip kunnen zien.

Wanneer men komt tot de conclusie, dat men een separatie moet hebben van de vloot voor Indië en de vloot voor hier, dan moet natuurlijk door die commissie een geheel afzonderlijk plan, een systeem van defensie voor de Oost worden uitgewerkt; dan moet beslist worden of men zal hebben een artillerievloot of enkel een torpedovloot; en indien een artillerievloot, uit hoeveel schepen die zal bestaan, hoeveel reserve daar zal zijn, welke grootte die schepen zullen moeten hebben. Daarnevens zal dan ook afzonderlijk door de commissie moeten worden nagegaan en geadviseerd hoe het hier te lande zal gaan. En dat zal weer niet kunnen geschieden buiten verband met het ontwerp van de kustverdediging, omdat ook dat weer zeer diep in die vraag ingrijpt. Laat ik maar noemen bijv. dit, dat voorgesteld wordt een deel van de landtroepen voortaan aan het bewind van den Minister van Marine over te geven.

Wanneer die twee of drie commissiën, d. w. z. de financieele en de commissiën voor de defensie in de Oost en hier te lande haar onderwerp behandelen, dan moet daarnaast komen een afzonderlijke technische commissie, d. w. z. een commissie die zal hebben te onderzoeken hoe wij moeten doen met den bouw van onze schepen; of die bouw hier moet worden voortgezet, of die bouw ook gedeeltelijk naar de Oost zal moeten worden overgebracht, of die bouw van schepen in den vreemde zal moeten besteld worden, kortom alles wat daarop betrekking heeft. En naast de technische vraag van den bouw zal dan komen de technische vraag van de reparaties en dokken en wat daarop betrekking heeft en de vraag hoe hier te lande de toegangen voor de schepen behoorlijk zullen worden in orde gebracht, wanneer die schepen tot een grootte van 15 000 of 20 000 ton worden gemaakt. En wanneer die technische commissie daarmede gereed is, zal evenzoo voor het personeel moeten worden aangegeven op welke wijze in het veel grooter aantal daarvan zal moeten worden voorzien, of men het voor de Oost zal gaan zoeken in een personeel_ gelijk men het voor de landarmée daar heeft, dat wil zeggen in een personeel van vrijwilligers, van buitenlanders, van inlanders, van allerlei, of dat men het wil houden onder het systeem van onze militie en onze vlootbediening hier.

Wanneer dat alles onderzocht is, dan zal ten slotte deniet minder gewichtige vraag aan de orde moeten komen of bij zoodanige inrichting van een separate maritieme defensie in

Sluiten