Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912. -

BERAADSLAGING.

199

sterkere met rust zal worden gelaten, waarbij natuurlijk van de veronderstelling wordt uitgegaan, dat de zwakkere over wapens kan beschikken, waarmede hij aan den sterkere schade van aanbelang kan berokkenen.

En zulke wapens zijn nu de kanonnen van 28 cM., lang 45 kaliber, met 4 waarvan het voorgestelde pantserschip zal worden bewapend. Eén schot uit elk zoodanig kanon zal in staat zijn om, zelfs nog op 8000 meters afstand, het zwaarste bestaande pantser te doorboren, en nu is 8000 meters veel grooter dan de grootst mogelijke afstand waarop met voldoende kans van treffen, dus zonder munitieverspilling, de gepantserde deelen van een schip, die slechts een zeer klein doel aanbieden, met pantserdoorborende projectielen zullen worden beschoten. Zulk een schot zal, als een geschuttoren wordt geraakt en het projectiel dien doorboort en daarna daar binnen springt, dien toren met zijn bediening en het daarin aanwezige geschut buiten gevecht stellen. Doorboort het projectiel het schip ter hoogte van de machinekamer en springt het, na daarin te zijn doorgedrongen, in de machines, dan kunnen zelfs die machines buiten werking worden gesteld en zal het schip daardoor niet meer kunnen stoomen.

Ook zijn torpedo's wapens waarmede men zelfs den sterkere schade kan berokkenen, doch dan moet voor de torpedo's een redelijke kans bestaan om het doel te treffen, hetgeen met het geval' is wanneer de torpedo's niet door krachtig artillerievuur gesteund worden.

Kan toch de vijand geen artillerievuur van eenige beteekenis verwachten," dan kan hij zulke maatregelen treffen, dat de rompen zijner oorlogsschepen en ook zijner gewapende hulpkruisers (mailbooten), middels de tegenwoordig zeer zware, soms dubbele, torpedonetten zoodanig tegen torpedo's zijn beveiligd, dat die, zelfs als ze van nettensnijders zijn voorzien, geen of ten minste uiterst weinig kans hebben om den romp van het schip zelf te raken en dus schade van eenig aanbelang te berokkenen. Kan de vijand echter op krachtig artillerievuur rekenen, dan kan hij niet met netten uit stoomen, daar hij dan te veel van zijn vaart en manoeuvreervaardigheid zou moeten inboeten en de kans zou loopen, dat de afgeschoten netten in de voorstuwers komen, waardoor hij niet meer zou kunnen stoomen. Al waren er nu zelfs geen andere redenen waarom men nimmer met torpedomaterieel alleen zal kunnen volstaan, doch dit materieel den steun van artillerieschepen niet zal kunnen ontberen, volgt zulks toch reeds uit hetgeen ik hier vermeldde.

En dan versta ik hier niet onder artillerieschepen, oorlogsschepen, zooals de torpedokruisers van 1500 ton der Staatscommissie, scheepjes die geen zwaarder artillerie dan kanonnen van 7,5 cM. aan boord hebben, kanonnen waarmede men het zelfs tegen gewapende mailbooten, waarvan er zijn die 15 cM.-geschut voeren, niet zal kunnen opnemen, doch schepen

Sluiten