Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912. — BERAADSLAGING.

237

konden. Voor de „Heemskerck" wist ik, dat het moeilijk ging, maar ik dacht toch, dat het mogelijk was, terwijl de Minister nu ook gezegd heeft, dat het wel eens gebeurd is.

Als men dus in vredestijd die plaats een weinig uitbaggert zal men er in ieder geval met de „Heemskerck" wel komen; maar als men meer dan 1 meter moet baggeren, waarmede,, naar de Minister zeide, (ik wist het niet) 4 dagen zullen gemoeid zijn, wat hebben wij dan aan zoo'n schip, als men staat voor een geval, dat men er in eens moet zijn. En toch kan dit noodig zijn. Als men de Vlieree moet verdedigen, moet men daar in eens kunnen komen en niet een baggerschip vooruit behoeven te zenden, waarvan ik voor de aardigheid natuurlijk — want ik heb zulk een machine nog niet uitgevonden — gezegd heb, dat het dan wel gepantserd mocht wezen.

Verder zegt de Minister, dat het schip het Stortemelk in en uit kan varen. Ik geef toe, dat het wel eens zal gebeuren, dat een schip daar veilig in en uit kan varen. Er staat niet steeds deining en bij hoogwater is de diepte 74 cM., maar bij laagwater is de diepte 51 cM., dus minder dan de diepgang van het schip; het zou dan niet kunnen in- of uitvaren. Door den modder kan het niet, want die is er niet; de bodem is er hard. Er zijn dus verscheidene uren van den dag, dat het schip niet kan passeeren. Wanneer nu het schip buiten is en het moet naar binnen, omdat een sterkere vijand nadert, dan zal de terugtocht belet zijn ten gevolge van de diepte van het water. Men kan dus niet zeggen, dat het een schip is, geschikt voor de Nederlandsche defensie.

Nu heb ik niet opzettelijk gesproken over het dokken te den Helder. Slechts terloops 'heb ik er op gewezen, dat het schip daar niet kan dokken. De Minister geeft dit toe, maar hij acht het niet noodig; het schip behoort tot de kustdivisie en het behoeft dus niet aan den Helder te dokken.

De Minister zal toch wel niet gelooven, dat het schip in tijd van oorlog, wanneer groote vijandelijke schepen op de kust zijn, van den Helder naar Amsterdam zal gaan om te dokken. Dit is ook een van de redenen waarom ik van gevoelen ben, dat er geen kwestie van kan zijn de werf te Amsterdam te behouden als werf van aanbouw. Een van de voornaamste redenen voor het behoud van een werf van aanbouw is hierin gelegen, dat men anders geen goede reparatiewerf kan hebben; men zegt altijd: de menschen kunnen niet goed repareeren als zij ook niet aanbouwen.

Wanneer er dus een werf van aanbouw moet zijn dan moet zij gevestigd zijn te den Helder en niet te Amsterdam, waar men in oorlogstijd niet komen kan. Den Helder is trouwens vanzelf de aangewezen plaats er voor; het is het middelpunt van de maritieme verdediging.

Voorts heeft de Minister behandeld de vraag, of het schip zou kunnen inschieten. Hij heeft daarbij minuten en seconden aangehaald, waarvan ik echter ook wel eens tegenspraak heb

Sluiten