Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324

marinebegrooting voor het dienstjaar 1913.

lilde Onderafdeeling. Pensioenen, onderstanden, wachtgelden, enz. Art. 101. Pensioenen en onderstanden van ambtenaren bij het loodswezen enz., de verlichting en de hydrographie, van het loodspersoneel, zoomede van werklieden op daggeld werkzaam bij 's Rijks inrichtingen, vallende onder de 2de afdeeling, daarbij gerekend op eventueele uitkeeringen aan veroordeelde gepensionneerden of onderstand genietenden bij ontslag uit de gevangenis of 's Rijks werkinrichting, over 1918 en afgesloten dienstiaren . 33fi RfiP .

Art. 102. Wachtgelden van gewezen burgelijke

ambtenaren. 1 625 —

Art. 103. Aandeel van het Departement van Marine, afdeeling Loodswezen enz., in de kosten

van den Militairen Pensioenraad 434 -

Art. 104. Zieken- en verwondengelden aan personeel bij 's Rijks inrichtingen, vallende onder de 2de afdeeling, niet vallende in de termen deiOngevallenwet 1901; loonen voor feest-, rouw-

dank- en bededagen 132 —

Art. 105. Uitkeeringen bij overlijden ten behoeve van de nagelaten betrekkingen van in dienst overleden personeel van 's Rijks inrichtingen, vallende onder de 2de afdeeling, niet vallende in de termen

der Ongevallenwet 1901 150 -

Art. 106. Uitgaven ingevolge de Ongevallenwet 1901 voor personeel, vallende onder 2de afdeeling. 1000,-

ƒ 339 994,-

Totaal 2de afdeeling f 3 364 336,34

3de Afdeeling. Onvoorziene uitgaven.

Art. 107. Onvoorziene uitgaven f 60 000 -

Totaal van het VIde hoofdstuk f 20 129 704,16

en alzoo tot een bedrag van twintig millioen eenhonderd negen en twintig duizend zevenhonderd en vier gulden, zestien cent.

Artikel 2.

* a Wanneer het bedrag, uitgetrokken bij een der artikelen 3, 4, Ih V' oo°' }rl' ol4' 15' 16' 11 > 18> 19' 20> 21- 22, 23, 24, 25, 26 A 2^ 2?! ^'o Sh 32' 33> 34> 35' 36a' mh> 37a> 37&- 38a, 386, 39a 396, 40, 41, 42, 48, 44a, 446, 45, 46, 47, 48 49 51 52 53 54a 546, 55, 56, 58a, 586, 59, 60, 63, 65, 66, 68' 69', 73'79 80a' SOb

Sluiten