Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

340

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1913.

IVde Onderafdeeling.

Het totaal dezer onderafdeeling bedraagt f44 914, tegen f 27 254,64 voor 1912 op de IVde onderafdeeling toegestaan.

Het verschil, voor elk artikel in den toelichtenden staat nader verklaard, is een gevolg van hoogere raming van:

Art. 52. Bezoldiging van het personeel bij de militaire hydrographie (art. 53 begrooting 1912) .ƒ 183,36

Art. 54a. Kosten van het personeel der opnemingsvaartuigen (art. 55a begrooting 1912) . . . 10 976,-

Art. bib. Kosten voor het materieel der opnemingsvaartuigen (art. 556 begrooting 1912) . . . 6 500,— Totaal meer . . .ƒ 17 659,36 Vde Onderafdeeling.

Het totaal dezer onderafdeeling bedraagt f 3 083 862,336, tegen f2 978 123 voor 1912 toegestaan.

Het verschil, voor elk artikel in den toelichtenden staat nader verklaard, is een gevolg van hoogere raming van:

Art. 55. Pensioenen en onderstanden, uitgezonderd die, begrepen in de 2de afdeeling (art. 56 begrooting 1912) ƒ 104 814,-

Art. 64. Gratificatiën (art. 65 begrooting 1912) . 3 000,-

Art. 73. Kosten in verband met de feestelijke viering van de verjaardagen van de leden van het Koninklijk Huis, alsmede van gedenkdagen (art. 74 begrooting 1912) 200,—

terwijl werd ingevoegd een nieuw artikel 76. Subsidie aan de Nederlandsche Vereeniging voor

Luchtvaart 1 000, -

Totaal meer . . . ƒ 109 014, -

waartegenover eene lagere raming van:

Art. 56. Tijdelijke en voorloopig verleende pensioenen (art. 57 begrooting 1912) ƒ 1 000,-

Art. 60. Wachtgelden van gewezen burgerlijke ambtenaren voor zooverre niet vermeld in de 2de afdeeling (art. 61 begrooting 1912) 466,666

Art. 62. Toelagen ingevolge art. 3 der wet van 9 Mei 1890 („Staatsblad" No. 80) (art. 63 begrooting 1912) . . 308,-

Art. 69. Vergoeding ingevolge art. 84 der Militiewet (art. 70 begrooting

1912) 1 500,-

ƒ 3 274.666

Blijft totaal meer . .ƒ 105 739. 336

Sluiten