Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN TOELICHTING.

843

De bezoldiging van den ingenieur der verlichting werd in 1905 bij de invoering dier betrekking vastgesteld op een bedrag van f 1600 's jaars, met 8 driejaarlijksche verhoogingen van f 300, zoodat de maximum-bezoldiging kan bedragen f 4000.

Krachtens die regeling geniet genoemde ingenieur thans een traktement van f 2200 en zal hij de voor zijn betrekkingvastgestelde maximum-bezoldiging ad f 4000 eerst in 1929 bereiken.

Uit een ingesteld onderzoek naar de thans geldende traktementsregelingen van de ingenieurs bij marine en waterstaat blijkt, dat die ingenieurs in veel gunstiger conditie verkeeren, dan het geval is met den ingenieur der verlichting.

Het is thans 17 jaar geleden, dat de in dienst zijnde titularis het eindexamen te Delft aflegde. De ingenieurs bij marine en waterstaat genieten gemiddeld binnen zoodanig tijdsverloop reeds eene bezoldiging van f 8200. Het bedrag van f 4000 wordt door hen binnen 25 jaar na eindexamen te Delft bereikt.

In aanmerking nemende, dat de ingenieur der verlichting hoofd is van een technisch dienstvak en rekening houdende met den aard en het gewicht van zijne betrekking, komt het ondergeteekende billijk voor, dat hij in traktement niet bij de ingenieurs bij marine en waterstaat ten achter staat.

In verband hiermede is voor 1913 gerekend op eene verhooging van bezoldiging van den ingenieur der verlichting met f 1000; in 1916 en 1920 zal hij dan weder voor eene verhooging van jaarwedde telkens met f 400 in aanmerking komen.

De bezoldiging van den adjunct-ingenieur bij het loodswezen werd in 1908 bij de invoering dier betrekking vastgesteld op een bedrag van f 1500 met eene verhooging van f250 na 8 jaar dienst, met vooruitzicht van bevordering tot ingenieur na 6 jaar dienst op een salaris van f 2000 's jaars met 5 driejaarlijksche verhoogingen van f 300 's jaars, zoodat de maximumbezoldiging kan bedragen f 3500.

Naar de meening van ondergeteekende verdient de bezoldiging van den adjunct-ingenieur bij het loodswezen eveneens zooveel mogelijk in overeenstemming te worden gebracht met die van de ingenieurs bij marine en waterstaat, en zulks te meer, omdat die adjunct-ingenieur bestemd is om te zijner tijd als hoofd van zijn dienstvak op te treden.

De tegenwoordige adjunct-ingenieur zal derhalve eveneens 17 jaren nadat hij het eindexamen te Delft aflegde, d. i. in 1921, een traktement moeten genieten van f3200 en 25 jaar na het afleggen van genoemd examen f 4000. In 1913 zal het 9 jaar geleden zijn, dat hij Delft verliet. Binnen zoodanig tijdsverloop genieten de ingenieurs bij marine en waterstaat f2400. Hiermede in overeenstemming komt het billijk voor, aan den adjunct-ingenieur, die thans eene bezoldiging geniet van f1750, in 1913 eene verhooging van jaarwedde van f 650 toe te kennen met bevordering tevens tot ingenieur bij het loodswezen.

Sluiten