Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITTREKSEL UIT DEN UITGEWERKTEN EN TOELICHTENDEN STAAT.

355

A I. Hieronder is begrepen het schip in de Caraïbische zee.

Bij de posten C, D, a, b en c, is rekening gehouden met de uitkomsten over vorige jaren en voor zooveel noodig ook met de prijzen der betrekkelijke artikelen van levensmiddelen en ziekenkost.

P. Verschillende Uitgaven.

Art. 48. Ingevolge contract, indertijd gesloten met de „Stoombootreederij voor het sleepen van schepen aan het Nieuwediep en te IJmuiden van en naar zee" heeft het marinebestuur te Willemsoord te Nieuwediep de vrije beschikking over eene sleepboot voor alle sleepdiensten, welke zoowel ten behoeve van de marine, als van het loodswezen aldaar noodig zijn. De kosten daarvan, groot f15 000 per jaar, werden steeds naar een zekeren maatstaf over de betrekkelijke begrootingsartikelen verdeeld (voor

1912 over de artikelen 49 en 87 ten bedrage van f 13 250 en f 1750). Aangezien evenwel gebleken is, dat eene behoorlijke uitoefening van den loodsdienst, in verband met de tegenwoordige eischen van de scheepvaart, een meerder gebruik dan vroeger het geval was, van die sleepdiensten noodig maakt, is het regelmatiger de kostenverdeeling zóó te regelen, dat van af 1913 in plaats van een bedrag van f1750, jaarlijks f5000 teh laste van dezen tak van dienst komt, zoodat voor art. 48 een bedrag van f3250 minder geraamd zou kunnen worden.

Daar echter voor de uitzending in 1913 van 4 torpedobootjagers naar O.-I. + f 3600 voor kanaalgelden zal noodig zijn, welke kosten mede ten laste van art. 48 moeten komen, komt het niet gewenscht voor dit artikel voor 1913 met dat bedrag te verminderen.

Ten einde het bergingsvaartuig steeds onmiddellijk na eenig accident aan eene onderzeeboot ter plaatse te kunnen brengen waar zulks gevorderd zal worden, is het artikel verhoogd met f6000, met de bedoeling eene nadere overeenkomst met hooger genoemde reederij aan te gaan, speciaal voor het beschikbaar houden van de benoodigde sleepkracht gedurende de vaaroefeningen der onderzeebooten.

IVde Onderafdeeling.

Militaire hydrographie.

B. Opnemingsvaartuigen.

Art. 54a is voor 1913 f10 976 hooger geraamd moeten worden dan voor het dienstjaar 1912 werd toegestaan, aangezien in

1913 de beide opnemingsvaartuigen „Raaf" en „Geep" in dienst worden gesteld.

Evenzoo is art. 54b f 6500 hooger uitgetrokken om dezelfde reden als boven, en omdat een bedrag van f7000 benoodigd is voor aanbouw van een motorsloep ten behoeve van de militaire hydrographie, ter vervanging van de stoomsloep, toegevoegd

Sluiten