Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

350

marinebegrooting voor het dienstjaar 1918.

aan het opnemingsvaartuig „Raaf", hetwelk voor verdere diensten afgekeurd werd.

Het geheele art. 54 heeft dientengevolge eene vermeerdering ondergaan van f 17 476.

Vde Onderafdeeling.

Pensioenen, onderstanden, wachtgelden, enz.

Art. 74. Subsidiën voor de Militaire Tehuizen. In 1912 werden de navolgende subsidiën toegekend:

aan den Nederlandschen Militairen Bond te Utrecht f4100, waarvan de militaire tehuizen te Helder, Hellevoetsluis en Leiden ontvingen respectievelijk f3000, f700 en f400;

aan de Vereeniging „Algemeen Tehuis voor militairen" gevestigd te Helder, f250;

aan de afdeeling Helder van den Nederlandschen RoomschKatholieken Volksbond voor het door die afdeeling in stand gehouden wordende militaire tehuis f275, en

aan de militaire tehuizen te Curacao en te Paramaribo, respectievelijk f600 en f 100.

Art. 76. Subsidie aan de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart. Het laat zich aanzien, dat de luchtvaart in de toekomst eene zeer belangrijke rol zal gaan spelen bij het verkennen van schepen die zich in de nabijheid onzer kust ophouden, zoodat de verbetering der luchtvoertuigen en de onderzoekingen, die daarvoor noodzakelijk zijn, voor de marine van veel nut zullen wezen.

Aangezien de hier bedoelde vereeniging deze onderzoekingen in haar werkprogramma heeft opgenomen en zij, krachtens art. 4 van hare statuten, bereid is haar materieel in tijden van oorlog of oorlogsgevaar voorwaardelijk ter beschikking van de landsverdediging te stellen, moet het verleenen van een jaarlfjksch subsidie als bovenbedoeld in het belang van den lande worden geacht.

2de Afdeeling.

Niet-militaire uitgaven.

Loodswezen, betonning, bebakening, verlichting en hydrographie.

Iste Onderafdeeling.

Loodswezen, betonning, bebakening en verlichting.

Art. 85. De ontvangst van loodsgelden wordt voor 1913 geraamd op f3450 000 tegen f3 100 000 in 1911.

Zij bedroeg in 1911 f3 273 513.426 en over de eerste 5 maan-

Sluiten