Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorloopig verslag.

403

geen wijziging brengen. Zij oordeelden het voorzichtiger op de nog niet vastgestelde organisatie niet vooruit te loopen. Naar hunne meening, zou later zeer wel kunnen blijken, dat het nu voorgestelde materieel in een ander stelsel niet past. Deze leden, bevroedende, dat in de naaste toekomst zoowel voor de marine in Indië als voor die in Nederland groote uitgaven zullen moeten worden gedaan, hadden liever gezien, dat de Minister zich thans van elk voorstel tot nieuwen aanbouw had onthouden. Ook het voorstel om, nu het cijfer voor aanbouw niet onbelangrijk beneden 4,2 millioen blijft, enkele voorzieningen in sneller tempo te doen uitvoeren, droeg hunne goedkeuring niet weg. Daargelaten de vraag, of deze voorzieningen zooveel spoed eischen, moesten zij er tegen opkomen, dat ook hier de Minister van de onjuiste gedachte uitgaat, dat het bedrag van 4,2 millioen geheel of grootendeels moet worden besteed. Zelfs had de Minister in deze omstandigheden aanleiding gevonden een extra bedrag voor vermeerdering van den kolenvoorraad aan te vragen. Intusschen deed dit laatste verscheidene andere leden opmerken, dat behoorlijke aanvulling van den kolenvoorraad een groot belang is; zij achtten het dan ook zeer juist, dat de Minister de omstandigheden benutte om voor die aanvulling zorg te dragen.

Anderzijds werd er echter op gewezen, dat, wanneer • elke aanbouw thans werd gestaakt, groote achterstand zoude ontstaan; een achterstand die te bezwaarlijker kan worden, indien de voorstellen der Staatscommissie, hetgeen toch niet ondenkbaar is, nog grootere eischen aan de schatkist zullen stellen dan waaraan tot dusver reeds moest worden voldaan. Dat het voorgestelde materieel, waarbij met de nieuwste vindingen rekening zal worden gehouden, in eene andere organisatie niet zoude passen, scheen niet denkbaar. Ook indien tot den bouw van groote schepen zal worden overgegaan, zal het niet kunnen worden gemist en indien ten aanzien van den aard en de grootte van het klein materieel al eenige wijziging van denkbeelden niet uitgesloten is, toch zullen torpedobooten en onderzeebooten als thans worden voorgesteld, steeds eene nuttige plaats in de marine kunnen innemen. De hier aan het woord zijnde leden oordeelden de thans gedane voorstellen alleszins gerechtvaardigd en meenden, dat de aanbouw van acht torpedobooten en twee onderzeebooten, zoo deze geen goedkeuring verkreeg, niet zonder schade zou worden nagelaten.

Omtrent den stand van de werkzaamheden der Staatscommissie zoude men gaarne worden ingelicht. Terwijl het vertrouwen van sommige leden in deze commissie niet was vergroot doordien de Regeering zich daarin een grooten invloed had verzekerd, zagen anderen in den nauwen band tusschen Regeering en commissie een voordeel. Zij dachten hierbij aan den strijd, welke tusschen Minister Wentholt en de bij Koninklijk besluit van 3 Augustus 1906 n°. 39 ingestelde Staatscommissie was gevoerd, toen die bewindsman zich met de M.-B. 1912-13. 27

Sluiten