Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORLOOP!» VERSLAG.

427

tevreden stellen met een loon van f 12,60 tot f 14,40. Bij de stijging van woninghuur te Amsterdam, die in de laatste jaren wel 50 tot 75 cent per week bedroeg en bij het steeds duurder worden der levensmiddelen ook in de andere plaatsen is eene loonsverhooging, althans eene vervroegde toekenning van het maximum, ernstig geboden. Bepleit werd verstrekking van het minimumloon op 30-jarigen en van het maximumloon op 35-jarigen leeftijd. Ook werd de wenschelijkheid betoogd het loon op 21-jarigen leeftijd van f 1,40 tot f 1,60 te verhoogen.

Bovendien ware, zonder het verslag der Staatscommissie af te wachten, te voorzien in den achteruitgang, welke voor sommigen is ontstaan doordien tengevolge van de wijziging der Arbeidswet de kinderen thans eerst op 14 jarigen leeftijd iets kunnen verdienen, terwijl dit vroeger reeds op 12-jarigen leeftijd kon geschieden.

Aangedrongen werd op eene loonregeling, waarbij periodieke loonsverhooging regel is en niet-toekenning slechts eene uitzondering, welke voor één jaar door den chef kan worden toegepast, doch daarna niet tenzij met redenen toegelicht voor eene commissie, met het onderzoek dezer zaken te belasten, die ten slotte te beslissen heeft. Aldus wordt elke gedachte aan willekeur uitgesloten.

Vervolgens werd speciaal gewezen op het onvoldoende ziekengeld, dat slechts 50 pet. van het loon bedraagt en gedurende niet langer dan 3 maanden uitgekeerd wordt. Een ziekengeld van 75 pet. van het loon, uit te keeren gedurende 6 maanden, achtten eenige leden niet een overdreven eisch. Intusschen merkten sommige andere leden op, dat het ziekengeld de eerste 3 weken reeds 75 pet. bedraagt en dat de termijn van 3 maanden voor verlenging vatbaar is.

In verband met een en ander stelden sommigen in het licht, dat de regeling van loon en ziekengeld achterstaat bij die voor de gemeentewerklieden te Amsterdam, alsook bij die voor de werklieden op groote particuliere fabrieken, terwijl zij ook bij andere Rijksinstellingen gunstiger is. Zoo meende men, dat het maximumloon voor een vakkundig werkman in dienst van het Departement van Oorlog f 3,30 per dag of f 19,80 per week bedraagt, derhalve f 4,20 meer dan het maximum weekloon van een werkman op de werf.

Ook werd andermaal bepleit vaste aanstelling als Rijksambtenaar van mindere geëmployeerden, die vele jaren in dienst zijn. Men meende, dat het niet aangaat personen met langdurigen trouwen dienst zonder vaste aanstelling te laten. Echter merkten eenige leden hierbij op, dat indertijd de gelegenheid voor de mindere geëmployeerden is opengesteld om onder de Rijksambtenaren te worden opgenomen, doch dat daarvan door slechts weinigen is gebruik gemaakt, voornamelijk met het oog op de hooge stortingen voor het weduwenfonds.

Gevraagd werd voorts hoe het staat met de regeling van het weduwen- en weezenpensioen voor Rijkswerklieden en -bedienden

Sluiten