Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslagingen.

463

Ook de heer van der Voort van Zijp meent dat het bij de actie van den Bond van minder marinepersoneel gaat om de macht in handen te krijgen, en dus zijn macht te stellen tegenover die van de autoriteiten. Hij ziet in die organisatie een vakvereeniging en meent nu, dat deze organisatie, evenals elke andere vakvereeniging tracht om haar macht te stellen tegenover de macht van den patroon.

Maar, Mijnheer de Voorzitter, als de heer van der Voort van Zijp zicli de moeite had getroost de brochure, welke reeds meermalen geciteerd is, te lezen, zou hij daarin gevonden hebben een uiteenzetting van het verschil dat bestaat tusschen militaire en andere vakvereenigingen. Dit verschil zit voornamelijk in het gebruik van verschillende strijdmiddelen. Een militaire vakvereeniging kan natuurlijk niet gebruiken het uiterste wapen van werkstaking, omdat dit wordt dienstweigering en dienstweigering valt onder de zeer strenge bepalingen der Strafwet. Vandaar dat de Bond voor minder marinepersoneel niet is aangesloten bij het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen. hoewel die Bond volkomen sympathiseert met het werken en streven van. het N. V. V.

Maar er is een overeenkomst tusschen de militaire vakvereeniging en andere en deze is, dat men tracht de belangen der leden zooveel mogelijk te behartigen. De klassestrijd wordt, natuurlijk door de militaire organisatie niet gestreden, en kan door haar niet gestreden worden althans niet op de wijze, waarop de gewone vakvereenigingen dien wel strijden.

Maar nu zegt de geachte afgevaardigde uit Tietjerksteradeel: toch is mijn onderstelling juist, dat het de organisatie te doen is om de macht, want waarom anders zou hier in de Kamer zoo de aandacht er op worden gevestigd, dat deze bond reeds 80°/0 van het personeel tot haar georganiseerde leden telt?

Ik zal den heer van der Voort van Zijp daarop gaarne het zeer voor de hand liggend antwoord geven.

Wanneer niet zooveel mogelijk het geheele personeel in dien bond georganiseerd is, zeggen de autoriteiten aanstonds tegen den bond: och, wij hebben met u eigenlijk niets te maken, want gij kunt niet opkomen voor het geheele personeel. Dit is in 1903 ook gezegd. Toen heeft men ook geen rekening gehouden met de eischen van de vakvereenigingen, omdat men zeide: er zijn er zoovelen, die niet georganiseerd zijn en voor wie gij niet kunt optreden. Men heeft toen van boven af de groepsvertegenwoordiging ingevoerd.

Om nu dit verwijt te ontgaan,'daarom tracht deze bond — en met goed succes — zooveel mogelijk het geheele minder vlootpersoneel in zijn organisatie op te nemen.

De Minister heeft zich in zijn rede min of meer op hetzelfde standpunt gesteld van den heer van der Voort van Zijp, maar daarvoor een ander bewijs aangehaald.

Ook hij meende, dat deze bond tracht een macht te zijn tegenover het gezag der Regeering en heeft zich daarvoor beroe-

Sluiten