Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

482

MAEINEBEGBOOTING VOOE HET D1ENSTJAAE 1913.

genomen. Ook bij de onderwerpelijke begrooting wordt geheel in dezelfde lijn doorgegaan. t ,

Den leden, die de vraag stelden of uit s Ministers voorstel niet moet worden afgeleid, dat hij voorstander is van de verdediging van Nederland enkel door eene torpedovloot, moet de ondergeteekende, hangende het onderzoek der Staatscommissie, het antwoord schuldig blijven.

Voor de beoordeeling der onderwerpelijke aanvraag is trouwens de kennis van dit standpunt niet onmisbaar.

Ten aanzien van de in dit verband gemaakte opmerking over het feit, dat door ondergeteekende geen gelden voor uitbreiding van het aantal pantserbooten worden aangevraagd, meent hij te mogen verwijzen naar hetgeen omtrent dit onderwerp door hem werd medegedeeld op bladz. 2 van de Memorie van Antwoord betreffende het kustfonds. Blijkens die mededeeling wordt het wenschelijk geacht omtrent de overige pantserbooten vooralsnog geene beslissing te nemen, doch eerst af te wachten, hoe de drie eerste booten zullen voldoen.

Op de vraag of door thans niet voort te gaan met den bouw der pantserbooten in overeenstemming gehandeld wordt met zijne adviseurs en zoo ja, wat dan van de verandering van meening de oorzaak was, moet ondergeteekende antwoorden, dat waar de verantwoordelijkheid der aanhangige voorstellen door hem gedragen wordt, het ongewenscht is de meening van adviseurs in de gedachtenwisseling te betrekken.

Den leden, die, hoewel zij in beginsel geen bezwaar hadden tegen den ruimeren aanbouw van klein materieel voor de verdediging van Nederland, de vraag stelden of het met voorzichtig ware zich thans te beperken tot hetgeen strikt noodig is en hetgeen rest van de te besteden som 4.2 millioen te reserveeren voor de volgende begrooting, wanneer de Staatscommissie hare meening zal hebben kenbaar gemaakt, Kan worden geantwoord, dat het aangevraagde materieel door hem o-erekend wordt strikt noodig te zijn. Alle deskundigen zijn het er over eens, dat in ieder stelsel van verdediging van Nederland de thans aangevraagde onderzeebooten en torpedobooten onontbeerlijk zijn; uitstel van den aanbouw van dit materieel zoude alleen ten gevolge hebben, dat nog langer met onvoldoend defensiematerieel zoude moeten worden genoegen genomen en daarom zoude ondergeteekende zich met verantwoord achten den aanbouw op te schorten, tot aan de voorstellen der Staatscommissie uitvoering kan worden gegeven.

Met leedwezen nam ondergeteekende kennis van de meenmg van sommige leden die principieele bezwaren hadden tegen 's Ministers beleid ten aanzien van zijne aanvraag van materieel.

Over het al dan niet rationeele van den grondslag, waarop de meermalen besproken som van 4 2 millioen berust, schijnt discussie weinig doelmatig, vooral waar reeds werd opgemerkt, dat aan die 42 ton slechts voorloopig werd vastgehouden. Wel verdient het opmerking, dat bij het nauwe verband tusschen

Sluiten