Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486

marinebegrooting voor het dienstjaar 1918.

om in het bezit van voortreffelijk geschut te komen; maar dat hij aan den anderen kant evenzeer wenscht voor dat voortreffelijk geschut een niet te hoogen prijs te betalen. Waar hij nu de overtuiging bezat en nog koestert, dat aan de firma Skoda eischen kunnen worden gesteld, die de levering van een even goeden vuurmond verzekeren als bij de firma Krupp te krijgen is, daar vermeende hij wel degelijk in 's lands belang op het inderdaad groote prijsverschil te moeten achtslaan. Mocht het bestelde geschut niet ten volle aan de gestelde eischen voldoen, dan is er geen sprake van dat het zal worden aanvaard.

De in het Verslag geuite meening, dat in het antwoord aan den heer van Idsinga, het voornemen zou zijn te kennen, gegeven in het algemeen proeven te nemen met geschut van andere firma's dan de firma Krupp, berust op een misverstand.

De ondergeteekende denkt veeleer in elk bijzonder geval te overwegen, wat door 's lands belang gevorderd wordt; niet alleen ten opzichte van den prijs, maar ook met betrekking tot de qüaliteit en de bediening van het geschut.

Dit standpunt komt hem juister voor dan dat, hetwelk door verscheidene andere leden werd ingenomen, die blijkbaar in ieder geval bij de firma Keüpp wenschten te blijven, ongeacht de prijzen welke gevraagd worden.

Naar aanleiding van het bericht in de „Deutsche Zeitung" van' 21 September 1912 betreffende het afkeuren van door de firma Skoda aan Oostenrijk geleverd geschut, wordt opgemerkt, dat volgens inlichtingen van officieele zijde bekomen, dit bericht als onwaar en als geheel uit de lucht gegrepen moet worden beschouwd.

En op de vraag van verschillende leden, zoo mogelijk nadere inlichtingen te verkrijgen omtrent de proefnemingen met het skoda-geschut, dat voor ons land werd besteld, wil ondergeteekende gaarne toezeggen, dat na afloop der beproeving dezer kanonnen van de wijze, waarop deze heeft plaats gehad, aan de Kamer mededeeling zal worden gedaan.

Aan de leden, die, erkentelijk voor de benoeming van eene commissie tot herziening der traktementen van onderofficieren en minderen, en met instemming vernomen hebbende de toezegging om bij suppletoire begrooting voorstellen te doen deze zaak betreffende, zich evenwel teleurgesteld voelden dat niet te gelijker tijd herziening der pensioenregeling in het vooruitzicht was gesteld, kan worden medegedeeld dat de pensioenregeling voor onderofficieren en minderen te zamen met die voor de landmacht wordt ontworpen.

Aan het verzoekschrift van den Bond van minder marinepersoneel aangaande vertegenwoordiging in de commissie voor traktementsherziening werd geen gunstig gehoor verleend, in verband met de houding door het. bestuur van dien Bond tegenover het marinebestuur aangenomen. Uit eene door dat bestuur kort te voren in het licht gegeven brochure waren trouwens vele wenschen ten aanzien van herziening der soldijen bekend.

Sluiten