Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

500

MARMEBEGROOTING VOOB HET DIENSTJAAB 1913.

kok en bevordering in de qualiteit wordt öf geruimen tijd practisch werken öf het volgen van een cursus aan de Amsterdamsche huishoudschool en het op voldoende wijze afleggen van proeven geëischt, zoodat gezegd kan worden dat de marine langzamerhand in het bezit komt van een kokspersoneel, voldoende bekwaam en geschikt voor het bereiden van de scheepsvoeding, en dat daarin, omdat voor het verkrijgen van den sergeantsrang als voorwaarde is gesteld het met voldoenden uitslag doorloopen hebben van een cursus aan bovenbedoelde school, nog steeds verbetering komt.

Klachten, dat de rijst, erwten en boonen met vuil vermengd waren, heeft de ondergeteekende niet vernomen.

Het verstrekken van oude blikken, als door sommige leden bedoeld, komt op de schepen voor buitenlandschen dienst en in West-Indië, zooals hiervoor reeds werd .aangetoond, niet voor; binnenslands worden geen blikken verstrekt. De hoeveelheden der mobilisatievoorraden verduurzaamde levensmiddelen hier te lande vormen geen beletsel voor verbruik in gewone omstandigheden binnen ongeveer twee jaar, een tijdsverloop gedurende hetwelk de inhoud der blikken, op grond van de te dien aanzien opgedane ervaring, gezegd kan worden volkomen goed en onveranderd te blijven; van bederf is dan ook nimmer sprake. Doch al zoude in buitengewone omstandigheden dat tijdsverloop moeten worden overschreden, dan nog zou het geen aanbeveling verdienen jaarlijks de niet gebruikte blikken van den mobilisatievoorraad te verkoopen, dan wel - zooals mede wordt aanbevolen - een contract met den leverancier te sluiten, waarbij deze zich verbindt jaarlijks de niet gebruikte blikken voor een vooraf bedongen prijs terug te nemen. Daardoor toch zou in de hand gewerkt worden het in den handel verkrijgbaar stellen van blikken, welker inhoud men ongeschikt oordeelde om tot voedsel te dienen voor schepelingen, hetgeen naar de meening van den ondergeteekende toch behoort te worden vermeden ; omgekeerd zou, wanneer geen bezwaar werd gezien in verkoop en derhalve in verbruik door de burgerij, de inhoud toch ook niet ongeschikt geacht kunnen worden voor, verstrekking aan de schepelingen aan boord. Afgescheiden hiervan zal echter van terugnemen dooide leveranciers van restanten tegen eenigszins met de waarde overeenkomende prijzen, wegens te verwachten moeilijken afzet wel geen sprake kunnen zijn, omdat de meeste artikelen, die voor de marine verduurzaamd worden, geen gewone handelsartikelen uitmaken. Al hetgeen voor verstrekking op de vloot niet geschikt geoordeeld wordt, behoort overeenkomstig de bestaande gewoonte te worden vernietigd. De door sommige leden aangegeven maatregel zou naar de stellige meening van den ondergeteekende leiden tot een belangrijk financieel nadeel voor den lande, dat zeker niet gerechtvaardigd zoude zijn, zoolang de belangen van de schepelingen, wat de deugdzaamheid van de hun te verstrekken voedingsmiddelen betreft, als

Sluiten