Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

504

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1913.

meerderen voor afschaffing, het al of niet handhaven van eene instelling als deze, niet van het goeddunken der schepelingen afhankelijk kan worden gesteld; te meer niet, wijl zij, die bezwaren hebben tegen het bijwonen der godsdienstoefening, daarvan worden vrijgesteld.

Onderricht in het zwemmen.

Ter beantwoording van de vraag, hoe het staat met de gelegenheid tot oefening in het zwemmen, merkt de ondergeteekende op dat èn bij de opleiding van jongen tot matroos te Hellevoetsluis èn bij de opleiding van lichtmatrozen en matrozen der 3de klasse te Willemsoord het zwemmen is opgenomen onder de verplichte leervakken. Na het verlaten van de opleidingen bestaat de gelegenheid om het zwemmen verder te beoefenen en te onderhouden tijdens het verblijf in eene van de marinedirectiën in daartoe bestemde bad- en zweminrichtingen; bij de marine bevonden zich op 1 Januari 1912 236 onderofficieren in het bezit van een brevet als zwemonderwijzer.

Ook buitenslands vertoevende wordt, indien de omstandigheden zich daartoe leenen, gelegenheid gegeven tot zwemmen.

Naar de meening van den ondergeteekende kan, lettende op het voorafgaande, niet worden gezegd, dat de gelegenheid tot de beoefening van het zwemmen onvoldoende is. Overleg met de burgerlijke autoriteiten wordt door hem dan ook niet noodig geacht.

Reëngagement.

In den regel worden schepelingen, die niet voornemens zijn na beëindiging van hun dienstverband bij te teekenen, niet kort voor dat tijdstip naar Indië gezonden. Zij zijn gewoonlijk bij uitzending nog pl.m. twee jaar of langer van dat tijdstip verwijderd; mariniers worden zelfs niet uitgezonden wanneer hun 'dienstverband minder dan drie jaren bedraagt. De ondergeteekende wenscht niet in te trekken den door zijn ambtsvoorganger genomen maatregel om schepelingen, wier dienstverband in Indië eindigt en die verlangen voor ontslag naar Nederland te worden teruggezonden, na terugkeer uit de Koloniën niet tot reëngagement toe te laten. De voor handhaving van dien maatregel in de Memorie van Antwoord op het Voorloopig Verslag betreffende de Marinebegrooting voor 1912 (bladz. 45/46) aangevoerde redenen komen hem klemmend voor, te meer waar deze schepelingen met eene nieuwe verbintenis weder in dienst kunnen treden, zij het dan ook somtijds bij gebrek aan vacatures in den laatst door hen bekleeden rang of stand, in een lageren rang dan zij vroeger bekleedden.

Torpedomakers.

Doordat bij de totstandkoming van het korps in betrekkelijk korten tijd veel torpedomakers moesten worden aangenomen,

Sluiten