Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN ANTWOORD.

521

nieuwe regeling zal worden voorgesteld, voor zoover althans mag worden aangenomen dat daardoor op de principieele voorstellen der genoemde commissie niet zal worden vooruitgeloopen.

Ter beantwoording van hetgeen verder ter sprake werd gebracht zij het volgende opgemerkt ten opzichte van de mindere geëmployeerden.

Het verleenen van vaste aanstellingen als burgerlijk ambtenaar is niet zonder bezwaar bij inrichtingen, welke de vrijheid moeten hebben de talrijkheid van hun personeel te regelen naar de hoeveelheid werk die onderhanden kan genomen worden; bovendien kan hierbij naar het oordeel van ondergeteekende het rapport der Staatscommissie worden afgewacht.

Een afzonderlijk reglement voor de mindere geëmployeerden wordt onnoodig geacht.

Bij de toepassing van het capitulantenstelsel, dat uit den aard der zaak zich alleen uitstrekt ten opzichte van militairen of gewezen militairen, wordt steeds zooveel mogelijk rekening gehouden met de belangen der mindere geëmployeerden.

Ten opzichte van de werklieden wordt voorts betreffende de in het Voorloopig Verslag ter sprake gebrachte punten, voor zoover niet reeds hierboven behandeld, nog het volgende medegedeeld.

Verhooging van het minimum-loon wordt niet wenschelijk geacht, aangezien dit loon moet beschouwd worden als het laagste loon dat gegeven wordt aan den werkman die voldoet aan de minimum-eischen van geschiktheid waarmee nog even genoegen kan worden genomen. Dit loon behoeft dus niet hooger te zijn dan vereischt is om in de onvermijdelijke behoeften van den werkman te voorzien. En waar deze behoeften met het oog op de grootte van het gezin, ongeveer op 35 jarigen leeftijd het hoogste punt bereiken, houdt hiermede verband de stijging van het minimum-loon tot op den 35-jarigen leeftijd.

Het maximum-loon daarentegen draagt het karakter van een bekwaamheidsloon.

Waar op eene vervroegde toekenning van het maximumloon wordt aangedrongen zij medegedeeld, dat thans reeds dit loon op 35-jarigen leeftijd en zelfs vroeger kan worden bereikt, indien de werkman door bekwaamheid en ijver dit loon waard wordt geacht.

In dezen gedachtengang is er bij ondergeteekende dan ook geen reden om het loon op 21-jarigen leeftijd van f 1.40 op f 1.60 te brengen. Ook zou hij zich niet kunnen vereenigen met eene periodieke loonsverhooging op andere wijze dan in het reglement voorgeschreven.

Eene periodieke verhooging waarbij op 35-jarigen leeftijd, ongeacht bekwaamheid enz. het maximum zou worden bereikt, zou zeker niet in het belang der marine zijn en ook bij de bekwame werklieden geen instemming kunnen vinden.

De verantwoordelijkheid voor de voorstellen voor loonsverhooging op grond van bekwaamheid enz. behoort naar dë

Sluiten