Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERAADSLAGINGEN.

539

Ik heb altijd nog goede hope dat een eigen werf van aanbouw voor de Nederlandsche Marine zal behouden blijven.

De Minister had de verwachting dat het geheele rapport der werfcommissie weldra zou zijn ingediend. Is het niet te veel gevraagd, als ik het verzoek doe dat de Minister niet al te spoedig een beslissing neme, en dat hij althans de leden der Staten-Generaal en andere belangstellenden in de gelegenheid stelle kennis te nemen van den inhoud van het rapport?

Waar dit rapport nog onbekend is, is het natuurlijk onmogelijk over de daarin bijgebrachte argumenten te spreken.

Maar de conclusie staat vast. En die conclusie wensch ik te bespreken. Het zou toch kunnen zijn dat gedachten, in deze vergadering uitgesproken, der commissie aanleiding gaven, aan het tweede deel van haar rapport beschouwingen te verbinden, waartoe in het eerste deel nog geen aanleiding was.

Voor zoover wij, afgezien van het rapport der commissie, bekend zijn met de argumenten die voor opheffing der werf pleiten, waren deze argumenten van flnancieelen, van technischen en van personeelen aard.

De werf is te duur. Een zeer deskundig man zeide zelfs: de werf is een philanthropische instelling.

Het kan zijn dat dit argument onomstootelijk zal blijken. Maar zonder nadere overtuigingsstukken kan ik het niet toegeven.

Volgens de officieele cijfers kosten schepen van volkomen gelijk type de navolgende bedragen: omstreeks 1894:

„Evertsen" gebouwd door de Maatschappij „De Schelde" f 2 792 482;

„Piet Hein", gebouwd te Feijenoord, f 2 810 773;

„Kortenaer", gebouwd op de rijkswerf, f 2 939 597,

dit is dus met het duurste schip op particuliere werf gebouwd een verschil van f 128 824 ten nadeele der werf. Ongetwijfeld een verschil van beteekenis, maar toch op een cijfer van f 8 000 000 betrekkelijk niet groot.

Omstreeks 1896:

„Friesland", gebouwd te Feijenoord, f 2 962 205 ;

„Zeeland", gebouwd op „De Schelde" f 2 949 181;

„Holland", gebouwd op de rijkswerf, f 3 152 741,

wederom een verschil ten nadeele van de werf van f 203 560. Doch in beide gevallen moet worden in aanmerking genomen, dat het berekend aandeel in de algemeene werf kosten zeer hoog is, en dit euvel zal nooit zijn weg te nemen, omdat op een rijksinstelling de administratieve omslag altijd grooter zal zijn en moet zijn dan bij een particuliere onderneming.

Waarbij nog de vraag rijst of voor de schepen in particulieren bouw wel alle kosten voor personeel, bij den bouw ge detacheerd, bij de bouwsom zijn opgeteld.

Maar tegenover deze meerdere kosten, die ik niet wil of kan wegredeneeren, staan groote verschillen ten aanzien der

Sluiten