Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERAADSLAGINGEN.

575

leverancier aan te gaan, waarbij hij wordt verplicht de niet gebruikte blikken terug te nemen tegen een vooraf bepaalden prijs; dan had men de zekerheid, dat men geen slecht voedsel had en was het in het belang van de leveranciers, dat het voedsel zoo goed mogelijk was geprepareerd. En nu heb ik tot mijn verbazing gezien, dat dit eenvoudige middel van de hand wordt gewezen door het marinebestuur. Natuurlijk, de heeren van het departement weten het altijd beter. In de Memorie van Antwoord lees ik:

„Daardoor toch zou in de hand gewerkt worden het m den handel verkrijgbaar stellen van blikken, welker inhoud men ongeschikt oordeelde om tot voedsel te dienen voor schepelingen, hetgeen naar de meening van den ondergeteekende toch behoort te worden vermeden; omgekeerd zou, wanneer geen bezwaar werd gezien in verkoop en derhalve in verbruik door de burgerij, de inhoud toch ook niet ongeschikt geacht kunnen worden voor verstrekking aan de schepelingen aan boord."

Altemaal sophismen, want als men vraagt verkoop aan het einde van het jaar uw overbodige blikken, dan spreekt het vanzelf, dat het voedsel dan niet bedorven is en heeft men niet het bezwaar, dat de blikken jaar in jaar uit in den voorraad blijven en tenslotte bederven.

Verder zegt de Minister dat de voedingswaren, die voor de marine worden aangemaakt, geen courant artikel vormen. Mij is medegedeeld, dat in 1910 op de marinewerf 30 blikken Australisch vleesch verkocht zijn; dit is toch ook geen courant artikel. Ik ben overtuigd, dat het voedsel grif van de hand zou gaan.

Maar nu komt de aap uit de mouw. Aan het slot van des Ministers betoog komt het financieele nadeel voor het Rijk. Nu geloof ik, dat er van financieel nadeel geen sprake behoeft ' te zijn; want men kon vooreerst bij verschillende leveranciers probeeren de beste voorwaarden te bedingen; in de tweede plaats moet men rekening houden met de bedorven waren, die men nu over boord moet gooien, en dit is een heele massa. Dat is een nadeel, dat niet onder cijfers te brengen is. Als men alles goed narekent, zal er geen sprake zijn van financieel nadeel. Maar indien al, dan zal men daardoor een tevreden geest verkrijgen en die zijn de mogelijke kosten wel waard.

De klachten over de voeding ontstaan ook nog op andere wijze, nl. als gevolg van een tekort aan kokspersoneel. Sedert 1903 is het geheele aantal koks op de vloot gedaald van 165 tot 188. De sergeant-koks, de menschen die voor de officieren zorgen, zijn in aantal gestegen van 51 op 55, met andere woorden: achteruitgang, de officieren hebben niet te klagen. Het aantal korporaal-koks is gedaald van 65 op 50 en het aantal matrozen-koks, de menschen die zorgen voor de voeding van de mindere schepelingen, is gedaald van 51 op 33. Volgens bijlage q zijn er noodig 52, er is dus een tekort van

Sluiten