Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

600

marinebegrooting voor het dienstjaar 1918.

oratie zoo streng doorgevoerd, dat hij onlangs in een artikel in „Het Volk" mededeelde: onze afdeeling van de partij inden Helder is steeds een zeer kleine afdeeling gebleven, veel kleiner dan andere afdeelingen in ons land. eenvoudig doordat wij nooit getracht hebben militairen tot' lid van onze partij te maken. Sterker kan het niet worden toegelicht en de heer van der Voort van Zijp slaat dus de plank geheel mis. Het verband, dat hij tracht te vinden tusschen ons werk en het werk van den bond bestaat niet. Wij voeren sociaal-democratische propaganda en de bond voert propaganda voor lotsverbetering.

Men moet er nu maar geen doekjes meer omwinden. Men heeft nu al die jaren nagelaten om de bestaande grieven weg te nemen en men moet nu niet gaan zeggen, dat dit toch hopeloos werk is omdat, zoolang de bond sociaal-democratisch is, het volk toch ontevreden blijft.

De eigenlijke reden waarom de grieven niet zijn weggenomen is deze, dat men het te duur vindt. Dat wordt gezegd in die deskundige artikelen in het „Handelsblad" van November van het vorige jaar, waarvan ik den vorigen Dinsdag een en ander heb aangehaald. Nu komt men tot deze conclusie: die ontevreden geest moet in elk geval weg en daarom moet de bond weg. En nu vind ik het van mijn kant zoo onbegrijpelijk, dat men niet gevoelt, dat dit niet anders is dan het voeren van struisvogelpolitiek. Want al kan men den bond wegkrijgen, daarom is de ontevredenheid nog niet weg, zoolang men de grieven niet wegneemt.

Men heeft verschillende middelen aan de hand gedaan om den bond tegen te werken. Het meest voor de hand liggende is wel: den bond te verbieden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij een vroegere gelegenheid heeft de heer van Karnebeek zich beroepen op de tweede alinea van art. 9 van de Grondwet, waarin staat: de wet regelt en beperkt de uitoefening van het recht tot vereeniging in het belang van de openbare orde. Nu is het wel zonderling, dat die kenner van ons recht het als een kleinigheid heeft beschouwd om het woord: openbare orde, te vereenzelvigen met maatschappelijke orde en dus die tweede alinea te lezen alsof er stond: de wet regelt en beperkt de uitoefening van het recht tot vereeniging in het belang van de maatschappelijke orde. Ja, dan is de zaak klaar. Dan is inderdaad de bond gevaarlijk voor de bevoorrechte positie van den heer van Karnebeek en diens genooten, en dan kan men ook op grond van dat artikel van de Grondwet den bond verbieden. Het blad „De Tijd" zegt het nog duidelijker. In zijn artikel van 28 December van het vorige jaar staat: „de volstrekte onbeduidendheid van het zoogenaamde grondwettige bezwaar zou ook zelfs door de eenvoudigsten worden ingezien. Het is waar, de Grondwet waarborgt aan de ingezetenen het recht van vereeniging, maar ook diezelfde Grondwet bepaalt dat dit recht in het belang der

Sluiten