Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslagingen.

601

orde kan worden beperkt." De woorden „openbare orde" worden daar dus gemakshalve maar vereenzelvigd met „orde."

Mij verbaast dit niets. Grondwettige bezwaren worden uiterst precies bekeken wanneer het belang van de heerschende klasse dit medebrengt, maar als daarentegen diezelfde Grondwet de rechten van het mindere volk erkent en waarborgt, dan zijn al die waarborgen onbeduidend en men lapt ze aan zijn laars. Als men den bond had kunnen verbieden, dan ben ik er zeker van, dat men met zevenmijlslaarszen over de Grondwet zou zijn heengestapt.

Maar de bond is een machtig lichaam en men durft, men kan dien bond niet aan. In het jaar 1904:, onder soortgelijke omstandigheden als thans, toen daar gezeten was de Minister Ellis, die als concurrent van dien bond wilde optreden en het hier openlijk uitsprak, dat hij daar niet zou zijn gaan zitten, als hij zich niet opgewassen gevoelde tegen de taak om dien bond een kopje kleiner te maken, heeft die Minister mij triomfantelijk gezegd: kom mij over een jaar nog eens vertellen hoe sterk die bond is. Maar in December 1905 was die bond alweer geducht veel sterker dan in 1904 en bloeide en groeide dat het een lust was, maar de Minister Ellis had het ministerieele tijdelijke met het eeuwige verwisseld en ik denk dat, als Minister Colijn mocht meenen ook dien bond een kopje kleiner te kunnen maken, hij tot hetzelfde resultaat zal komen als Minister Ellis.

Die bond is in 1912 in ledental gestegen van 2530 tot 2994 en in het geheel is 78 % van het mindere marinepersoneel daarin georganiseerd, matrozen, mariniers en stokers allen te zamen. Van de matrozen ongeveer 100 °/0, van de mariniers 68 % en van de stokers 53 %. Dat is inderdaad een lichaam dat men niet zoo maar een, twee, drie ter dood brengt.

Maar nu heeft men een nieuwe vondst gedaan en dat is het lidmaatschap te verbieden. Men wilde dit nog wel doen op gezag van Büys. Ik vermoed intusschen dat één omstandigheid aan dien geleerde niet bekend was, namelijk, dat de contracten die aangegaan worden met de matrozen, gesloten worden op zeer jeugdigen leeftijd en dat bij de marine men nog altijd heeft de kinderwerving, wel niet meer in zoo hatelijken vorm als vroeger, maar toch nog kinderwerving. Nu. komt de vondst van Minister Heemskerk hierop neer, dat hij in de contracten, met die 14-jarigen aangegaan, zou willen opnemen een clausule, waarbij zij zich verbinden om nooit lid te worden van den Bond van minder marinepersoneel. Inderdaad, ik wensch den Minister Heemskerk geluk met die hoogst moreele trouvaille. Kinderen contractueel te verbieden op mannelijken leeftijd een bepaalde handeling te verrichten, men behoeft het maar uit te spreken om te gevoelen, hoe immoreel dit wezen zou en te gelijker tijd ook te gevoelen dat geen enkel man, die als kind gedwongen werd een dergelijk contract

Sluiten