Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslagingen.

645

De heer Colijn, Minister van Oorlog, ad interim Minister van Marine: Die bewijzen komen straks wel. Zoo is er indertijd een strooibiljet verspreid tegen de maatregelen, die dooiden Minister van Marine waren genomen om de zeemiliciens in de gelegenheid te stellen na afloop van den eersten oefentijd een vrijwillige dienstverbintenis aan te gaan. Zoo worden er bijna dagelijks besluiten genomen, waarbij tegen de handhaving van de tucht wordt ingegaan.

üe heer Hugenholtz : Waar blijft nu de pressie, die uitgeoefend wordt door den Bond op de niet-leden ?

De heer Colijn, Minister van Oorlog, ad interim Minister van Marine: Op die pressie kom ik nog wel terug. Nu heb ik het over actie die de tucht ondermijnt. _

Waar bij wijze van straf wordt toegepast verlaging van rang en dus vermindering van inkomsten, daar vergoedt de Bond al die inkomsten en stelt dus buiten werking het effect van de straf door de militaire overheid opgelegd.

En nu de vraag van den geachten afgevaardigde waaruit de pressie blijkt.

Dat is natuurlijk niet zoo gemakkelijk te zeggen, want dan zou ik namen moeten noemen. Ik ben in staat die namen te noemen, maar de geachte afgevaardigde zal mij ten goede houden, dat ik die namen niet noem, omdat zulks de betrokkenen zou schaden. Ik wijs er echter op, dat Bondsleden, die waren aangezocht om mede te werken bij de officieele ontvangst van het Pransche eskader, zeiden, dat ze daar gaarne van werden vrijgesteld, omdat de bond besloten had daar met aan mede te doen en zij uit dien hoofde last zouden kunnen ondervinden als ze het wèl deden. Dat was een bondsbeslmt zegt de geachte afgevaardigde. Ja juist, een bondsbeslmt, dat met cadavergehorsam moet worden opgevolgd. Anders krijgt men er last van. Ik heb hier een request liggen om ontslag uit den zeedienst van iemand, die het er met uit kan houden. De commandant verklaart, dat hij geen lid van den bond is, maar orthodox-protestant en daarom niet op de vloot kan dienen en het wordt door den commandant gecertificeerd, dat in die 'twee feiten de oorzaak ligt dat die man niet kan dienen op de vloot. , , . . . ,

Die man heeft mij verzocht om ontslag. Ik heb dat met gegeven omdat ik het niet over mij kon krijgen dat ik door dit ontslag te verleenen zou moeten erkennen dat iemand die orthodox is en geen lid van den bond, geen plaats zou kunnen vinden bij de Nederlandsche marine. Waarom is nu die bond onbestaanbaar in een militaire organisatie? Kortweg omdat hij is een vakvereeniging, omdat het begrip van vakvereeniging, van een strijdende organisatie in de militaire organisatie, in zichzelve veroordeeld is. Dat kan niet bestaan. Er is van den matroos tot den admiraal maar één belang voor allen, en M. B. 1912-'13. 41

Sluiten