Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

652

marinebegrooting voor het dienstjaar 1913.

matroos lste klasse is; aan dergelijke argumenten hebben wij niets. Wij moeten vragen wat is het gemiddelde salaris, en is dan het salaris voldoende ?

De Minister zegt: daarbij komt 45 cent voor voeding per dag. Toen ik dit hoorde, kon ik nauwelijks mijn ooren gelooven. Wij hebben in de Kamer, voordat deze Minister als Minister van Marine optrad, een heele discussie gevoerd over de uitkeering van voedingsgeld aan gehuwde minderen en onderofficieren. Dat is steeds geweigerd voor minderen en korporaals. Toen de Minister dit dan ook mededeelde, dacht ik : is dan daarin verandering gekomen ? De Minister rekent het precies uit, f 13.50 per maand, te zamen dus f 36 per maand. Daarmede wekt hij dan bij onwetenden den schijn, alsof een matroos lste klasse op 21-jarigen leeftijd f 36 in de maand in de hand krijgt. Die schijn is onwaar. De man ontvangt in contanten niet anders dan' f 22.50 en verder toelagen. De 45 cent voor voeding is niet meer dan een taxatie vanwege het Departement van de voeding die hij per dag geniet.

Nu heeft de Minister ten slotte toch de klacht over de salarissen erkend. Waartoe dan eerst dat geheele betoog over de maxima die op een bepaalden leeftijd kunnen worden verdiend ?

Er zal nu echter verbetering komen. Doch nu wordt ook al dadelijk mijn vrees gerechtvaardigd, die ik van den aanvang koesterde, dat hier weder een halve maatregel zal worden getroffen, want de Minister deelt mede, dat die verbetering der salarissen hoofdzakelijk slechts zal gelden voor matrozen die ouder zijn dan 27 jaar, en hij voegt er bij, dat dit gedaan wordt om de menschen de gelegenheid te geven om dan een huwelijk te sluiten. Op 27-jarigen leeftijd zijn evenwel de meeste matrozen al uit den dienst en heeft dus die toezegging van verhooging van salaris niets geen waarde. Hoe kan die verhooging dan de ontevredenheid over de bestaande salarissen wegnemen ?

Wij hebben hier weer een poging, zooals onder Minister Wentholt ook is aangewend, om door op een bepaalden leeftijd een hooger salaris in het vooruitzicht te stellen de menschen te bewegen te reëngageeren. Het is gebleken dat de maatregel van Minister Wentholt niet heeft gebaat en zoo zal het ook gaan met den maatregel van Minister Colijn. Als de Minister nu zegt , dat dit gedaan wordt om de menschen in de gelegenheid te stellen te huwen, dan is daartoe de leeftijd van 27 jaar te laat gekozen, omdat zij die willen huwen niet wachten, totdat zij 27 jaar zijn, vooral niet het scheepsvolk. De eigenlijke reden is echter een poging om de menschen te lijmen.

In dit verband heb ik gesproken over het verloop en gezegd dat dit zeer groot is, maar hierbij geeft de Minister weer een voorstelling waar ik tegen moet opkomen. „De ge achte afgevaardigde", zegt de Minister op pag. 2136 van de „Handelingen":

Sluiten