Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERAADSLAGINGEN.

653

De geachte afgevaardigde heeft het voor een groot deel aan het salaris toegeschreven, dat het verloop brj de marine zoo groot was. Inderdaad, ik kan niet ontkennen dat het verloop aanzienlijk is, maar dat dit alleen zou toe te schrijven zijn aan de onvoldoende salarieering moet ik den geachten afgevaardigde tegenspreken."

Mijnheer de Voorzitter! Ik heb met gezegd, dat het alleen aan het salaris is toe te schrijven. De Minister haalt eerst mijn eigen woorden aan, dat het voor een groot deel daaraante wijten is en doet dan alsof ik had gezegd, dat het alléén daaraan is te wijten. Wat is dat nu voor een manier van bestriidin0, ^

Het verloop is ook te wijten aan wegzending uit den dienst wegens oneervolle redenen. In 1912 bedroeg dit aantal 164 Daarmede heeft de Minister den indruk pogen te wekken, dat het marinepersoneel van vrij laag gehalte is. Mijnheer de Voorzitter' Ik heb eens nagegaan wat de Minister daaromtrent heeft medegedeeld. Er zijn wegens slecht gedrag uit den dienst verwijderd 96, die bijna allen jongelieden waren onder de 20 jaren. Oudere matrozen, lid van den bond, maken zich aan dit gedrag niet schuldig. Er blijven verder over 37 wegens veroordeeling, 17 wegens anti-militaire karaktereigenschappen, 7 wegens verregaande nalatigheid en twee wegens liederlijk gedrag. Mijnheer de Voorzitter! Als ik nu die 96 onder 'de jongeren aftrek van de 164, dan houd ik 68 over, die dan zijn weggejaagd uit den dienst wegens verschilllende redenen, waarbij nog in aanmerking moet worden genomen, dat men zich 'menigmaal aan dergelijke vergrijpen schuldig maakt om te worden verwijderd; maar ik laat dit rusten. Er blijven dus 68 over en hoe groot was het verloop in dat jaar? 'De cijfers in de Memorie van Antwoord geven mij eenig licht, maar'niet voldoende. Voor de matrozen loopen zn maar tot 1 November en bedraagt het getal 267, voor de stokers ook loopende tot 1 November 66 en voor de mariniers is het maar opgegeven voor het eerste halfjaar van 1912 en bedraagt het getal 118. Zoo krijg ik dus voor een zeer onvolledig jaar, loopende over 10 en 6 maanden van dit personeel 451 man en van die 451 zijn er weggejaagd 68. Mijnheer de Voorzitter! Ik geloof dat daardoor een eenigszins ander licht op de zaaK wordt geworpen. ..

Wat de landingsdivisie van de „Gelderland betreft is mij medegedeeld - en niet door den bond, maar rechtstreeks uit Konstantinopel, en niet door minderen, maar door een gegradueerde -, dat de landingsdivisie bestond uit 8o man plus kader, en onder die 85 man waren 45 ^ns van 16 tot 18 jaar. Nu zal ik niet twisten over den naam „jongens . Het is waarschijnlijk gebruikt in den algemeenen zin des woords. Dit zullen'zijn matrozen derde klasse maar toch m elk geval zeer jeugdige personen. Neen, zegt de Minister, bij die divisie waren maar zeer enkele flink ontwikkelde

Sluiten