Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

658

maeinebegrooting vooe het dienstjaar 1913.

verplegers aan boord van de jagers. Zelfs wordt nu met ophef gezegd: wij gaan nog verder dan gij vraagt.

Als de Minister het heeft over den ziekenboeg op de „Atjeh" en de „Nautilus" dan heet het weder: och, dat is zoo erg niet; de menschen worden in dat donkere hol alleen onderzocht. De Minister is geen medicus maar hij behoeft dat toch niet te zijn om te begrijpen, dat een dokter licht noodig heeft bij het onderzoeken van een patiënt. Nu is de klacht van dr. van Trotsenbueg, dat op klaarlichten dag in den ziekenboeg geen hand voor oogen te zien is, dat daar de dokter zijn werk moet doen bij een petroleumlamp. Nu is u er niet af met te zeggen: wij hebben daar geen electrisch licht aan boord, neen, de verwaarloozing van het Departement blijkt hieruit, dat men voor ziekenboeg het slechtste deel van het schip heeft aangewezen, in plaats van te zorgen voor een lichte en luchtige ruimte.

Eindelijk het ontbreken van een badgelegenheid aan boord voor de matrozen. De matrozen zijn er niet aan gewend, zegt de Minister, dus is het voor hen niet zoo erg. Maar die matrozen vragen er al jaren en jaren om. Daaruit blijkt niet, dat zij er aan gewend zijn, maar daaruit blijkt wel, dat zij er hoogen prijs op stellen. Nu meen ik, dat een wijs marinebestuur dat op prijs zou stellen, dat het een bemanning aan boord heeft die waarde hecht aan reinheid van lichaam.

Neen, zegt de Minister, hoe kunt gij er aan denken; voor eenige honderden manschappen kan ik toch geen badkamers bouwen! Maar dat is niet gevraagd. Er is gevraagd om één bad. Maar mag ik er den Minister op attent maken, dat mijn vriend Helsdingen reeds in December 1910 er op wees hoe op de werf te Amsterdam, waar ruimte in overvloed is, zelfs geen waschgelegenheid was te vinden voor de werklieden, en hoe toen zijn verzoek om die" aan te brengen door 's Ministers ambtsvoorganger is afgepoeierd met het bezwaar: het kost te veel? Een bewijs dat men niet afwijst omdat men te maken heeft met een technische onmogelijkheid, maar omdat men aan het Departement van Marine te schriel is, waar het betreft de zeer rechtmatige verlangens van de arbeiders.

Nu wijs ik er nog eens op, dat men gevraagd heeft aan boord van de groote schepen, de nieuw te bouwen groote schepen, één hadkamer voor de matrozen, die zij bij toerbeurt zouden kunnen gebruiken, zoodat de matrozen en de mariniers - de stokers hebben een eigen waschgelegenheid — eens per week gelegenheid zouden hebben een bad te nemen. Het is niet de eerste keer dat ik hierover spreek, het is misschien wel de tiende keer, maar steeds is het verzoek afgewezen. En toch mag ik niet spreken van verwaarloozing van belangen.

Wat de voeding betreft, heeft de Minister gezegd: Over de voeding in Indië heb ik niets te zeggen; maar hij bewees het volgend oogenblik, dat hij er veel invloed op uitoefenen kan, door te zeggen: Ik heb overleg gepleegd met mijn ambtgenoot van Koloniën. En dit heeft reeds tot resultaat gehad, dat

Sluiten