Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

670

marinebegrooting voor het dienstjaar 1913.

schepen, en de officieren daarover hoort oordeelen, geen bewondering voor de marine gevoelt?

Maar bovendien heeft het geen bewondering voor de marine, omdat het weet, waarvoor de marine gewoonlijk moet dienst doen, namelijk om de eigen arbeidersklasse te bestrijden en er onder te houden, en den dag van de bootwerkersstaking te Dordrecht, toen de marine daar gebruikt is om de strijdende arbeiders te bestrijden nog niet vergeten is.

Maar niet zoodra krijgt het zelfde personeel een werkelijk heerlijk ideaal voor oogen, een ideaal bij hen gewekt door hun eigen bond, een ideaal niet alleen van' een beter stoffelijk leven, maar een perspectief van waarachtig menschelijk bestaan, van werkelijk leven in den goeden zin van het woord, dan worden diezelfde personen bezield met groote liefde voor dien bond en leggen zij zich zelf vrijwillig een tucht op, waarop de Minister jaloersch is en waarvan hij het kunstje graag zou afkijken voor zijn marine, wat hij niet kan, daar het doel ontbreekt. Als gij de menschen warm kondt maken voor een groot en heilig doel, zouden zij voor u door een vuur gaan en stipt en gehoorzaam elke opdracht vervullen. Dat doel ontbreekt. Maar dat gemeenschappelijk heilig ideaal vinden zij in hunne organisatie en daarom oefenen zij daar een ijzeren 'tucht, niet de tucht die men hun van bovenaf oplegt, maar een die zij zich zelf opleggen, wetende dat zij daardoor alleen kunnen komen tot een hechte organisatie.

Het middel dat nu de Minister wil gebruiken, n.1. onderdrukking van die organisatie, zal geen verbetering brengen in den geest. Hij doet het zelfde als zijn voorgangers deden in 1903. Toen heeft men het geweld van de wet gebruikt om het personeel van de spoorwegen de handen te binden, heeft hun eerst de macht ontroofd en toen gezegd: wij zullen u verbeteringen geven. Bij het spoorwegpersoneel zijn die verbeteringen achterwege gebleven. Zoo zal het ook hier gaan. Eerst zou men, als men er de macht toe had, de kracht van den bond willen breken om daarna verbetering te geven. Maar het is juist de bond die noodig is om verbeteringen te krijgen; die is de stimulans die verbeteringen aanbrengt, en als gij dien stimulus wegneemt, blijven de verbeteringen weg.

Nu wilt gij de leiders er uit werken. Ik ontveins mij niet, dat _ er enkele slachtoffers zullen vallen, maar ik zou den Minister in overweging willen geven zich op andere wijze van die leiders te ontdoen. Nu zullen zij er uitgaan als zij zich aan een overtreding schuldig maken, als aangeduid in de geheime circulaire. Dan wordt hun ontnomen het certificaat van goed gedrag. Zij gaan daarna den dienst uit met een paspoort lste soort b, waarmede zij in de burgermaatschappij niets anders dan ellende ondervinden. Zoudt gij dien menschen niet op verzoek ontslag willen verleenen ? Dit heeft Minister Ellis ook gedaan, al heeft hij er later een stokje voorgestoken toen het te hard liep. Zoudt gij het niet kunnen probeeren

Sluiten