Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslagingen.

681

van militairen op dien grondslag is onmogelijk. Maar hij die dit beginsel verwerpt, kan aannemen, dat inderdaad een vrije organisatie ook van militaren nog mogelijk is.

De Overheid, het staatsgezag uitoefenende, voert, onafhankelijk van eenige arbeidsovereenkomst, bevel over haar dienaren. Een organisatie van militairen kan dus nooit aan dat gezag voorwaarden stellen op straffe van opzegging van het dienstverband.

Dit principieele verschil met de burgelijke vakorganisatie heeft, het spreekt vanzelf, tot gevolg een beperking van de aan te wenden middelen van de organisatie. Een militaire organisatie kan niet denken aan dienstweigering, kan niet opzeggen de gehoorzaamheid aan gegeven bevelen en mag niet voeren een actie tot verzwakking van het gezag.

Ik meen dat, waar de heer Minister en mijn geachte medeleden zich hebben uitgelaten over de organisatie en hebben afgekeurd de militaire organisatie die hier bestaat, dat zij daar niets anders bedoeld hebben dan te zeggen wat ik hier met andere woorden heb herhaald.

Maar dan kan tegenover hetgeen de Minister daarvan heeft gezegd, ook geen beroep worden gedaan op de vrijheid van vereeniging, die in de Grondwet is gewaarborgd. Integendeel, indien de geest der Grondwet iets eischt, zal het in de eerste plaats wel zijn de erkenning van het wettige gezag.

Het schijnt wel, dat in abstracte- de leiders van den Matrozenbond deze waarheid erkennen. In „Het Volk" van 14 Januari is een hoofdartikel te vinden van den. heer A. W. Michels, administrateur van den Bond van minder marinepersoneel. Hij schrijft het volgende:

„Hoe wij zelf over de bevoegdheid der organisatie dachten, leert men ó. m. in de in 1908 uitgegeven „Handleiding voor bestuurders" op blz. 6 en 7, waar men leest (nadat o. a. het verschil in optreden tusschen een burger- en militaire organisatie is uiteengezet, waarbij de laatste het recht van staken mist):

„Tegenover de Regeering kan dan ook een militaire organisatie onder de huidige omstandigheden niets anders dan verzoekend optreden."

En later over aansluiting bij andere lichamen:

„Hierbij dient echter wel te worden overwogen, welke middelen zulke lichamen gebruiken, om haar doel te bereiken.

„Druischt de manier waarmee bereiking van het doel wordt nagestreefd, in tegen de militaire wetten, wordt er een actie op touw gezet, die tegen het gezag is gericht, dan kan en mag een militaire organisatie aan zoo'n beweging haar medewerking niet verleenen." ,

Dat is inderdaad uitstekend gezegd ; er kan op deze woorden geen aanmerking worden gemaakt, maar de ellende die de bond over het marinepersoneel heeft gebracht en in de toekomst nog brengen zal, indien men niet omkeert, is het gevolg van wat in de praktijk de leiders van de zaak hebben gemaakt.

Wij hebben zooeven van den geachten afgevaardigde uit

Sluiten