Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

698

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1913.

Iemand heeft een salaris van f 22.50 of f 27 of f 30 (de verhoogingen niet medegeteld) en heeft daarnevens vrije voeding; het is dan toch duidelijk dat ik die er bij tel.

Dan wijs ik nog op een eigenaardigheid in het betoog van den geachten afgevaardigde, die het ééne oogenblik zeide: men wordt pas op 27-jarigen leeftijd matroos eerste klasse en het andere oogenblik — toen ik had medegedeeld, dat de traktementsherziening hierop zou neerkomen, dat de matrozen van 27 jaren een bijzondere verhooging zouden krijgen — antwoordde : op 27-jarigen leeftijd zijn zij er uit. Wanneer zij nu pas op 27jarigen leeftijd, zooals de geachte afgevaardigde beweert, matroos eerste klasse worden, moet toch een van die twee beweringen onjuist zijn.

De geachte afgevaardigde heeft verder gezegd, dat de landingsdivisie van de „Gelderland" bestond uit 45 jeugdige schepelingen. Ik heb mijn mededeelingen dienaangaande uit het rapport van den commandant en deze schreef mij woordelijk: „Een detachement van 3 officieren en 90 man is hiervoor gereed, waarvan 1 officier en 30 man voor de legatie. De opleiding is, behalve enkele flink ontwikkelde matrozen 3de klasse niet voor dit doel gebruikt. De adelborsten zijn niet ingedeeld en zullen hoogstens voor ordonnancediensten gebruikt worden."

Hierop zijn mijn mededeelingen gegrond en ik heb geen aanleiding om onmiddellijk voor den geachten afgevaardigde de vlag te strijken.

Mogelijk zit het verschil hierin, dat de 30 man voor de legatiewacht bestonden uit jeugdige schepelingen en dat de mededeeling van den commandant dienaangaande betrekking heeft op degenen, die buiten de legatie bij de landingsdivisie dienst deden.

Ook de mededeelingen omtrent den ziekenboeg kan ik niet terugnemen, zoolang ik niet beter word ingelicht. Ze zijn ontleend aan het rapport van den commandant.

Dan heeft de geachte afgevaardigde met betrekking tot het reëngagement in Indië beweerd, dat men gedwongen kon worden voor 2V2 jaar bij te teekenen. Hij ging daarbij uit van de veronderstelling, dat iemand, die nog een half jaar dienst had, naar de tropen werd gezonden, maar de geachte afgevaardigde weet zeer goed, dat dit nooit gebeurt en slechts zij, die nog een paar jaar te dienen hebben, worden uitgezonden, zoodat er geen quaestie zal zijn van een dienstverband van 2Va jaar, maar bijv. van 1 jaar.

De geachte afgevaardigde heeft verder gesproken over de voeding en daarbij onder meer gezegd, dat, aangezien die verbetering maar 2 ets. per man per dag bedroeg, zij toch al zeer weinig te beteekenen had.

Ik heb de vorige maal deze zaak reeds uitvoerig besproken zonder de cijfers te noemen. Wanneer de geachte afgevaardigde die vernemen wil, dan kan hij nu hooren, dat 0. a. het

Sluiten