Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslagingen.

709

toch zal niet telkens om de 2 of 3 jaren worden verwisseld, maar jarenlang dezelfde betrekking kunnen blijven waarnemen, is bekend met de inrichting van de schepen, van de werkkrachten, die aan de werf aanwezig zijn en van alle werkzaamheden, die zich in deze kunnen voordoen.

Wanneer het dus noodig is, door de toename van de werkzaamheden sedert ik aldaar ben werkzaam geweest, om tot den maatregel, dien de Minister voorstelt, over te gaan, zou ik zeggen, laat dan de commandant afzonderlijk commandant zijn, maar geef de directie van de werf aan een technisch persoon in handen.

De heer Colijn, Minister van Oorlog, ad interim Minister van Marine : Mijnheer de Voorzitter ! De vraag van den geachten afgevaardigde is eigenlijk te splitsen in tweeën. Vooreerst of de splitsing van de betrekking van directeur en commandant noodig is en zoo ja of dan de directeur van de werf moet zijn een zee-officier dan wel een ingenieur.

De vraag, of de betrekking gesplitst moet worden, is niet nu voor het eerst opgeworpen, maar reeds van ouden datum. Laatstelijk is zij aanhangig gemaakt door den thans gepensionneerden vice-admiraal Van den Bosch.

Ik zal thans op deze zaak niet breedvoerig ingaan, maar mij bepalen tot een enkel citaat uit een brief van dien admiraal.

Hij schrijft dan:

„Ofschoon ik gewoonlijk nooit vóór 11 uur 's avonds mijn bureau verliet en het herhaaldelijk voorkwam, dat ik daar tot 's nachts 1 a 2 uur werkzaam was, zoo kon ik toch veel minder de werf bezoeken dan ik wel wenschelijk achtte. Tot het voldoen aan bepaalde voorschriften ontbrak mij herhaaldelijk de tijd en zulks acht ik verkeerd; in hoogere mate, naarmate er gelukkig in de laatste jaren meer intensief geoefend en gevaren wordt."

De admiraal betoogt dan, dat het wenschelijk is, dat ook de commandant persoonlijk de oefeningen van de schepen kan medemaken om door zijn meerdere ervaring aan die oefeningen ook dadelijk de noodige leiding te kunnen geven, een betoog, dat ik geheel beaam.

Ik mag niet nalaten even nog een bijzonderheid te vermelden. Toen admiraal Van den Bosch eens te logeeren had generaal Booth van het Heilsleger, vroeg deze hem: „Well, admiral, what is your business fiere?", waarop hij van den admiraal ten antwoord kreeg, dat hij was de directeur van de werf, commandant van de vloot en commandant van de Stelling; generaal Booth, de man die wel wist wat organisatie is, zeide toen: „Well, that is very cheap for the government."

Dat is het inderdaad, maar goed is het niet.

Ik ben op grond van verschillende stukken, die ik er over gelezen heb, overtuigd, dat het voor een doeltreffende vervulling van de betrekking van commandant der Stelling en leider van de oefeningen der aanwezige schepen niet goed is M. B. 1912-13. 45

Sluiten