Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beea adsl achngen.

711

leiding van hetgeen de Minister heeft gezegd, een kleine opmerking willen maken ; ik zal zeer kort zijn.

Naar de meening van den Minister zou op het oogenblik op de werf te Nieuwediep eigenlijk het arsenaal de bovenhand hebben; dat zulks in het vervolg althans zoo zou kunnen worden, wanneer de werf van aanbouw te Amsterdam werd opgeheven. Maar ik zou juist het omgekeerde denken. Ik zou juist meenen dat, wanneer de werf te Amsterdam werd opgeheven, dan het industrieel bedrijf op de werf te Willemsoord nog veel meer van belang zou worden dan op het oogenblik.

De Minister zegt dat hij dat ook gezegd heeft; dan zijn wij het samen eens.

Voor den tegenwoordigen toestand heb ik enkele cijfers uit de bijlagen getrokken. Daar vind ik o. a. in staat H dat van het totaal der verwerkte arbeidsloonen op de werf te Willemsoord voor het vak van scheepsbouw werd uitgegeven, ruim f 291000 en voor het vak van uitrusting ruim f 94 000. En in een andere opgave vindt men, dat voor die werf als industrieel bedrijf uitgegeven is aan arbeidsloonen een som van ruim f 299 000 en voor de werf als arsenaal ruim f 87 000. Het komt mij voor, dat aan de werf te Willemsoord het industrieel bedrijf verre de overhand heeft boven het bedrijf als arsenaal en nu meen ik -- ik ben dit geheel eens met den geachten afgevaardigde den heer Jansen —, dat het inderdaad veel rationeeler zal zijn, dat de bedrijfsleiding van de werf komt in handen van een deskundige, een ingenieur, dan in die van een niet-deskundige, een zee-officier.

Daarom zou ik den Minister willen vragen: wanneer gij de scheiding invoert, begin dan niet met een directeur-zee officier, maar met een directeur-ingenieur.

De Minister zegt mij dat er in mijn voorstel niet speciaal gezegd is dat de directeur moet zijn een zee-officier.

Dat heeft de Minister echter wel gedaan; in de toelichting op de voorgestelde wijzigingen heeft hij bepaald gezegd te willen benoemen een vlagofficier of een kapitein ter zee. Ik zou den Minister in overweging willen geven daarbij niet te blijven volharden en ernstig te overwegen om, als de scheiding mocht plaats hebben, een hoofdingenieur bij de marine tot directeur te benoemen.

De heer Colijn, Minister van Oorlog, ad interim Minister van Marine: Mijnheer de Voorzitter! Wanneer de geachte afgevaardigde mij daardoor niet de handen bindt, wil ik hem heel gaarne toezeggen, dat ik deze zaak nog eens nader ernstig zal overwegen. Maar hij mag daaruit niet afleiden, dat wanneer ik, na die nadere overweging, bij mijn standpunt blijf, gehouden zal zijn een nadere beslissing van de Kamer te vragen. In dat geval ga ik voort met de uitvoering van het voorgestelde. Wanneer de geachte afgevaardigde zóó zijn ver-

Sluiten