Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

722

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1913.

de helft van hun loon als pensioen, bij een vaste aanstelling wordt het pensioen 2/3.

Nu is in de Memorie van Antwoord aangevoerd, dat het verleenen van een vaste aanstelling niet zonder bezwaar is bij inrichtingen, welke de vrijheid moeten hebben de talrijkheid van haar personeel te regelen naar de hoeveelheid werk, die onder handen is.

Mijnheer de Voorzitter! Naar mij is medegedeeld, klemt voor Willemsoord en Hellevoetsluis dit bezwaar absoluut niet, want daar is het werk vrij constant en het argument van de wisselvalligheid van het werk gaat ten aanzien van die werven niet op. Ik meen voorts, dat vaste aanstelling van deze werklieden voor het Rijk geen financieele schade zou opleveren, waar zij bij vaste aanstelling zelf zouden storten voor hun pensioen.

Indertijd is ook aangevoerd, dat, toen die vaste aanstelling voor de werklieden nog te verkrijgen was, enkelen dat hebben geweigerd. Ik meen, dat dit geen motief is om het nu te weigeren. Vooral voor de jongeren is de vaste aanstelling van zeer groot belang.

Dan stelt de Minister voor, dat voor enkele categorieën, nl. voor de schrijvers, het maximum-loon zal worden verhoogd. Naar mij is medegedeeld door de organisatie van het personeel is feitelijk sinds 30 jaar het loon niet verhoogd. En wanneer nu de schrijvers een hooger maximumloon krijgen, dan blijven alleen de bewaarders uitgesloten. In 1910 hebben de sluiswachters, de portiers en de havenwachters promotie gemaakt, en er is toen voorgesteld de commandeurs voor de werkvakken een verhooging te geven van 25 en 10 cent. Daartegenover verviel voor hen het taakwerk, dat hun f2 a f 2,50 opleverde. In plaats daarvan kregen zij 60 cent en f 1,50. Voor deze geëmployeerden werd het totaal-loon dus eigenlijk verminderd, zoodat alleen de commandeurs zonder taakwerk hebben geprofiteerd. Daarom verzoek ik loonsverhooging, niet alleen voor de schrijvers, maar voor alle categorieën en mindere geëmployeerden.

Verder een enkel woord over het ziekengeld. Als er een vaste aanstelling komt, geloof ik, dat die zaak gemakkelijk te regelen zal zijn, maar ik zou den Minister willen verzoeken het ziekengeld reeds nu gelijk te maken met hetgeen wordt uitgekeerd aan de met mindere geëmployeerden gelijkgestelden bij het Departement van Oorlog, en dan meen ik, dat het billijk is, dat het ziekengeld gelijk zal zijn aan het volle loon. Wanneer bij ziekte de behoeften zooveel grooter zijn, is het niet billijk, dat het ziekengeld minder is dan het loon bedraagt. En dat dit te veel zou kosten kan ik niet aannemen, daar de organisatie die nu het deel, dat gekort wordt, bijbetaalt, daarvoor ongeveer f 80 per jaar besteedt. Ik geloof dus, dat het geen bezwaar kan opleveren, dat de Minister in dit opzicht aan de wenschen van het personeel te gemoet komt.

Sluiten