Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

en Gyrowetz, verder de werken van Anton Reicha en Onslow, dan nog het quintet Qitatre sqisons van Félicien David, dat voor de compositiën van onze classici niet behoeft onder te doen, de werken van Sfohr , Volkmann e. a. Met zulk een répertoire zou de zoo even gelaakte eentonigheid geheel vermeden kunnen worden.

Het programma van de tweede soiree was veel gelukkiger gekozen. Deze uitvoering begon met een trio voor viool, alt en violoncel van Beethoven , een uitgezocht kabinetstukje. Daarop volgde het strijkquartet in G van Schubert , dat aan verscheidenheid van combinatiën en prachtig koloriet weinig mededingers zal vinden. De eigenlijke grenzen van hst strijkquartet zijn hier verre overschreden, en in de eerste en vierde afdeeling is de vorm zoo uitgebreid en zijn de effecten zoo grootsch, dat men geneigd is te gelooven, dat de componist meer eene symphonie dan wel een quartet op 't oog heeft gehad. Ten slotte kregen we nog een zeer luimige toegift met een quartet van Haydn.

Het geheele programma, en vooral het quartet van Schubert , werd zoo meesterlijk uitgevoerd, als maar zelden kan voorkomen. p

( Vervolg van het concertbericht in het volgend nummer. Red.)

FEUILLETON.

Amsterdam. Het vijfde concert der Maatschappij Felix Meritis had plaats Vrijdag 3 Februari, met medewerking van mej. Cornelie Meysenkeim. uit 's Hage (zang), den heer en mevr. Ten Have uit Lyon (viool en piano) en den heer F. Merlen, thans alhier (violoncel). De orkestwerken van dit concert bestonden uit: symphonie in D-moll, op. 20 (eerste uitvoering) van Albert Dietrich, ouverture Die schóne Melusine van Mendelssohn, en concert-ouverture Michel Angelo van Niels W. Gade.

Botterdam. Het gewone jaarlijksch examen van de muziek" school der afdeeling van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst heeft plaats gehad Dinsdag 7 Februari (elementaire klassen) en Donderdag 9 Februari (kunstklassen).

's Gravenliage. Fransche opera-voorstellingen gedurende de maand Januari 1870: La Favorite, Lucie de Lammermoor en La Fille du Régiment van Donizetti. Le Trouvére (2 maal) en la Traviata van Verdi. Faust en Romeo et Juliette van Gounod. Le Barbier de Séoille van Rossini. Les Mousquetaires de la Reine van Halévy. Le Chalet van Adam. Le Caïd van Thomas. Fra Diavolo en Le Domino noir van Auber. „Bonsoir Voisin" van Poise (2 maal). Tromb-Alcazar van Offenbach (2 maal).

Sedert eenige weken is in onzen gemeenteraad het vraagstuk der exploitatie van het Fransche tooneel voor een volgend tooneeljaar, met dan zonder subsidie, iu behandeling. Eenige tooueeldireoteuren hebben aanbiedingen gedaan, omtrent wier aanneming nog niet beslist is. Intusschen is van wege Z. M. den Koning een schrijven ingekomen, inhoudende dat de koninklijke subsidie ook voor het tooneeljaar 1871/72 zal verstrekt worden, doch onder uitdrukkelijk voorbehoud, dat na dat tijdstip de Fransche schouwburg zal worden beheerd door i een directeur-gérant, en dat de voorstellingen van het Fransche tooneelgezelschap, — met het oog op het koninklijke wapen, door den schouwburg gevoerd, en den titel van koninklijke schouwburg, door dezen gedragen, — in en na 1872 niet anders dan in de residentie zullen worden gegeven. Naar aanleiding van dit schrijven zijn Burgemeester en Wethouders uitgenoodigd, een nader voorstel aan den gemeenteraad aan te bieden.

De 5de voorstelling van het Hoogduitsclie opera-gezelschap uit Rotterdam, Woensdag 25 Januari, bij welke gelegenheid die Zauberflöle van Mozart ten tooneele gevoerd werd, had wederom een zeer talrijk publiek naar den schouwburg gelokt. De uitvoering was in de hoofdzaken zeer bevredigend. Eervolle melding verdienen de heer Fischer (Sarastro), mej. Link

(Pamina), de drie dames met mevr. Saar aan het hoofd va 4e drie knapen, aangevoerd door mej. Radetzky. De uitvoering der overige partijen was verschillend van gehalte. Koor en orkest werkten tot het welslagen der opvoering krachtdadig mede.

Den 27sten Januari gaf de muziekvereeniging Polghymnia eene uitvoering tot viering van het eeuwfeest van Beethoven. Het programma was samengesteld als volgt: Eerste afdeeling. Mis in C-dur. Tweede afdeeling. Fantaisie voor piano, koor en orkest. Bas-aria „ In questa tomba", gezongen door den lieer Jeltes. Liederen uit Egmont, gezongen door mevr. Offermans van Hove. Marsch en koor uit die Ruinen von Athen.

De uitvoering, onder directie van den heer J. Stortenbeker, slaagde naar wensch. Behalve de reeds opgenoemde solis'en schonk ook nog mevr. Viehoff-Dellemyn hare medewerking tot vervulling der alt-solo's in de mis, terwijl de overige partijen door dilettanten gezongen werden. Ook de pianopartij in de : fantaisie werd door eene dame-dilettante vervuld. — Het I auditorium was over deze uitvoering algemeen voldaan.

; 's Hertovenltosch. De Liedertafel Oefening en Uits/Mnning gaf 18 Januari 1.1. haar tweede dames-concert, met medewerking van mej. A. Orgeni, concertzangeres uit Hannover, en den heer A. Luyben, solo-saxophonist uit 's Hage. Eerstgenoemde zong de aria „ Ah, Perfido" van Beethoven alsmede eene aria uit La Traviata van Verdi en twee mazurka's. Hare voordracht getuigde van veel gevoel en degelijke methode; daarentegen gaf hare stem blijken, aan kracht en frischheid te hebben verloren.

De heer Luyben toonde zich meester op zijn instrument en droeg o.a. eene fantaisie op Ia Somnambule van Singelée met veel smaak voor. Naar ons inzien voldoet echter de saxophone beter bij de vervulling van kleine solo's in een harmonieorkest, dan voor het uitvoeren van een groot concertstuk, met begeleiding van strijkinstrumenten. Bovendien was de bovengenoemde fantaisie door hare gerektheid voor den toehoorder vrij vermoeiend.

De Liedertafel zong verdienstelijk en verschafte aan het auditorium een hoogst genoegelijken avond.

Weenen. In de Opera gebrek aan tenoren. Om daarin te voorzien moeten er onderhandelingen voor gastvoorstellingen zijn aangeknoopt met Sontheim en Wachtel; met Niemann was men het vroeger al eens geworden. De baryton HUI wordt in April verwacht. Mej. Sessi had zich reeds laten hooren. — De eerste opvoering van der Fliegende Hollander heeft met grooten bijval plaats gehad: de mise en scène was prachtig; de geheele diepte van het. tooneel was gebezigd tot voorstelling van de zee; de golven werden door stoom uit ijzeren buizen iu' beweging gebracht. Iu Maart

zal Rienzi volgen. Dan, om het spel te volmaken, de aanvankelijk in de pen gebleven Meistersinger. Voorname reden van de niet-opvoering dezer opera was de weigering van den heer Beek, gegrond of niet gegroud,'om de rol van Ham Sachs op zich te nemen, zooals de kapelmeester Herbeck wensehte. Het schijnt dat de heer Beek echter nog aarzelt. Deze stand van de quaestie gaf aanleiding tot den volgenden bon mot: „ we zullen nu eindelijk eens zien wie de baas is in de Opera, Herr Beek of Herbeck."

Het theater an der Wien zou iu 't laatst van Januari de lang beloofde operette, 40 Rauber, van Joliami Strauss ten tooneele voeren. Genoemde genius der danszaal betreedt daarmeê een nieuw gebied, waarop hij groote verwachtingen bouwt. Zijn betrekking van Hqfballmnsikdirector heeft hij er ten minste aan opgeofferd. (Zie onderscheidingen).

Lelpzig. In het 13de Gewandhaus-couceri, den 19 Januari, traden op mevrouw Peschka-Leuiner (zang) en mej. Agaihc Backer van Christiania (pianoforte). Deze weinig bekende pianiste onderscheidde zich door duizelingwekkende vlugvingerigheid. Edoch ze slaat er zoo op los, dat ze zich al te weinig bekommert om het begeleidend orkest en, wat erger is, om juistheid. Bij mej. Backer is het willen met het kunnen niet in behoorlijk evenwicht. Daarenboven gebrek aan goeden, welbeheerschten aanslag. Zij gaf het concert in C-mol van Beethoven (Cadenz van Anton Rubinstein) en Polonaise van Weber, door Liszt georkestreerd.

Het 14de concert begon met de symphonie in D-dur, zonder menuet, van Mozart en eindigde met Beethoveu'ssymphonie Erolrrt.

Sluiten