Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

's GRAVENHAGE.

CONCERT DILIGENTIA.

Vijfde Concert, Woensdag 15 Februari 1871.

Programma. Symphonie in F-dur n°. 7 van Niels W. Gade. Saltarella: «Sous les verts orangers" uit de opera Fior d'Aliza van MassÉ, gezongen door mej. Marie Marimon Concert voor piano in Es-dur van Beethoven , voorgedragen door mej. Sophie Menter. Ouverture Anacre'on van Cherubini. Romance nComme l'abeille fugitive" uit de opera La reine Topaze van MassÉ. Tarentella di Bravoura {la Muette de Portici) van F. Liszt. Valse: 'Fout est fête et tumière uit de opera: Une folie a Rome van Ricci. Ouverture Julius Caesar van SciiUMANN.

Een aangename herinnering zal het vijfde Diligentiaconcert hij de meeste toehoorders achterlaten.

Met veel lof kunnen wij gewagen van eene welgeslaagde uitvoering der orkeststukken. Bijzonder voldeden ons de drie laatste gedeelten der symphonie, terwijl de uitvoering der fijn bewerkte en geestige ouverture van Cherl'bini inderdaad prachtig to noemen was. Minder gelukkig was in enkele opzichten het orkest in de moeielijke en somtijds gevaarlijke begeleiding van Beethoven's piano-concert.

Twee kunstenaressen van den eersten rang betwistten elkander dien avond den eerepalm. Zoowel mej. Marimon, chanteuse legére van de Opéra-comique te Parijs, als mej. Menter hebben de uiterste grenzen van technische vaardigheid en methode bereikt, die men door aanleg en studie kan verwerven. Mej. Marimon vertegenwoordigt als hoogste priesteres een genre van kunst, dat welligt op zich zelf niet zeer verheven is, en in onze concertzalen eenigszins misplaatst; maar toch onwillekeurig komt iedereen onder den indruk van de fijn beschaafde en geestige wijze, waarop de moeielijkste figuren of de hoogst gelegen trillers zonder eenige inspanning door deze zangeres worden uitgevoerd. En ter wille van de wegslepende bevalligheid van den zang vergeeft men gaarne de luchtige keuze der voorgedragen stukken.

Mej. Menter was ons reeds van vroeger als eene uitstekende pianiste van den eersten rang bekend. Op een concertvleugel van Eraed , die misschien voor haren aanslag niet geheel geschikt was, droeg zij de zoo uiteenloopende compositiën van Beethoven en van Liszt, ieder in haar soort, voortreffelijk voor. Als groote verdienste rekenen wij haar toe, dat zij het zoo vaak gehoorde concert van Beethoven met aplomb en kalmte, in één woord, op echt muzikale en ongekunstelde wijze speelde. Hoevele kunstenaren toch laten zich niet, inzonderheid in dit werk, medeslepen door de zucht naar effectbejag, en verlagen vele passages, in het concert voorkomende, tot een smakeloos contrast van overdreven kracht en nauwelijks hoorbare pianissimo''s, die wel eens aan het timbre van een speeldoos doen denken. De compositie van Liszt beschouwen wij meer als eene aanleiding om de buitengewone technische studie te doen uitkomen. Uit dat oogpunt beschouwd stemmen wij gaarne toe, dat de algemeene bijval verdiend was

UTRECHT.

STUDENTEN-CONCERT.

Dames-Invitatie-Concekt, Woensdag 8 Februari 1871, in hel gebouw voor Kansten en Wetenschappen.

Programma 1. Symphonie n°. 2 van Beethoven. ?. Andante en Rondo uit het concert voor viool van Viotti, voorgedragen door den heer Consolo uit 'lunis. 3. Aria uil de opera le Comte Ory van Rossini, gezongen door mej. Hamakers uit

Brussel. 4. Fantaisie pour la rlüte sur des Motifs d'Otiéron door Brunot, voorgedragen door den heer J. Baht. Sauvlet uit Stockholm, ó. Ouverture Freischütz van Weber. 6. Melodie van Schubert (de heer Consolo). Pepita Bolera van Guyon (mej. Hamakers). 8. Maria Stuart van Prattin (de heer Sauvlet). 9. Grande Fantaisie sur la piière de Moïse de Rossini; theme et variations burlesques, exécutées sur un violon monlé d'une seule corde, van Pagamm (de heer Consolo). 10. La valse des Bluets van Cohen (mej. Hamakers).

Het is ons een waar genoegen bij het verslag over dit concert niet alleen uit beleefdheid maar ook uit een artistisch oogpunt aan de zangeres de eerste plaats in te ruimen. Immers, de voordrachten van mej. Hamakers (vroeger verbonden aan de groote Opera te Parijs. thans

j in Brussel met Paure debuteerende), vormde in alle opzichten het glanspunt van den avond. Hare sopraanstem

I is van eene ongewone volheid en heeft een omvang van twee en een half octaaf. De voordracht is uitstekend en tevens naïef, hoewel iets te theatraal, een gewoon gebrek van operazangeressen, wanneer zij zich in de concertzaal doen hooren. Daarbij komen nog ongewone keelvaardigheid en zuiverheid als kristal; in één woord op mej. Hamakers is ten volle de naam van prima donna toe-

, passelijk. Het algemeen oordeel is dan ook dat Utrecht in lange jaren zulk eene sopraan niet gehoord heeft. Gelegenheid tot fraaie voordracht gaf de aria van Rossini, waarvoor de zangeres zich volkomen berekend toonde. Daarentegen vereischten de compositiën van Gui-on en Cohen meer uitsluitend het overwinnen van buitengewone moeielijkheden, doch de zangeres kweet zich zoo meesterlijk van hare taak, dat haar een daverend applaus ten deel viel.

Ook de heer Sauvlet (1), professor aan het Conservatoire te Stockholm, verdient grooten lof, zoowel voor den fraaien toon, dien hij aan zijn instrument ontlokt, als voor de buitengemeene vaardigheid, die hij daarop ont-

; wikkelt. Mochten er velen gevonden worden, die met de fluit als solo-instrument niet zeer iugenomen zijn, het vooroordeel tegen genoemd instrument zal geheel verdwijnen, indien zij den heer Sauvlet gehoord hebben. Wij geven daarom andere concertbesturen met bescheidenheid den wenk ter behartiging, zich het tijdelijk verblijf van dezen kunstenaar in zijn vaderland ten nutte te maken. Vooral het diminuendo en de triller zijn bewon-

i derenswaardig, en wat zijne voordracht betreft, moeten wij eerlijk bekennen, vroeger niet geloofd te hebben,

I dat men op de fluit zoo zingen kan. Het publiek liet

; het den fluit-virtuoos dan ook niet aan bijvalsbetuigingen ontbreken.

Gansch niet onverdeeld is de sympathie, die wij voor den violist gevoelen. De heer Consolo moge aanleg en talent voor de cantilene bezitten, effecten, zooals we dien avond op de viool hoorden voortbrengen, kunnen misschien aan S. A. le Bey de Tunis behagen (wiens le violist de heer Consolo is), ja hem in verrukking brengen, - wij Nederlanders verbannen zulk soort van charlatanerie op dat edele instrument van de concertzaal naar het café-cliantant. Indien de heer Consolo ons in I zijne voordracht van Schubert's * Ave Maria" het idee heeft willen geven, niet van eene treurende maar van een » huilende" non in den letterlijken zin des woords, zoo is hem zulks gelukt. Ongelukkig echter was deze bedoeling even ver van den componist verwijderd als

(1) Bij de meer uitvoerige bespreking van dezen kunstenaar kunnen wij, ten einde herhalingen te vermijden, eene soiree door hem op i Februari j.1. met medewerking onzer Vereeniging voor Kamermuziek en de Mannenzang-Vereenising onder den beer van Schaik gegeven, gevoeglijk voorbijgaan. De concertgcver oogstte ook toen grooten bijval in, terwijl allen, die hunne vereerende medewerking aan dit concert schonken, op onzen warmen dank aanspraak mogen maken.

Sluiten