Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

voering van deze opera volgde Faust, misschien om ons te kunnen overtuigen, dat er tusschen beide werken 'I onderscheid in muzikaal gehalte bestaat en dat wij na i rijpelijk onderzoek de meeste sympathie voor het laatstgenoemde moeten opvatten. Mevrouw de Tatsy bewijst tegenwoordig gewichtige diensten en is door de omstandigheden langzamerhand van het emplooi van 1ste dramatische zangeres afgedwaald. Nadat zij reeds in La Muette, Romeo et Juliette en Rigoletto min of meer gelukkige bewijzen gaf van haar veelzijdig talent, aanvaardde zij : nog een andere gewichtige taak en vervulde de partij van Margaretha in Gounod's Faust op den 4den dezer. Het vooroordeel dat wij, welligt. met eenigen grond, j tegen deze gloriejacht hadden opgevat, werd echter geheel uitgewischt en in verbazing veranderd. Wie had kunnen j denken dat mevr. de Tatsv zich op zulk eene voortreffelijke wijze met de meeste nauwkeurigheid en beschaafde opvatting van hare taak zou kwijten, te meer in eene partij zoo geheel bezijden haar emplooi Men herinnert zich niet in langen tijd zulk eene degelijke vertolking en evenaring van Goethe's bedoelingen in het overigens door de Fransche librettisten zoo verbrokkelde werk gezien te hebben. Bijzonder lofwaardig was hare voordracht in de tuinscène en het 5de bedrijf. Tot belooniug ontving zij nevens vele toejuichingen een fraaie bloemruiker. De voor hare coloratuur minder geschikte juweelen-aria werd zeer wijselijk iets langzamer gezongen, terwijl de moeielijke kerkscène, op eene kleine misvatting na, uitmuntend slaagde. De heer Sylva (Faust) stond haar waardig ter zijde, doch scheen eenigzins vermoeid van het vele zingen gedurende de laatste weken. De overige vertooners hadden geen merkbare verbetering in hunne voordracht aangewend.

Het gehaspel met zangeressen van de opéra-comique, bemoeielijkt de afwisseling in het répertoire, hetgeen nog verergerd is door de handelwijze van mej. Dubots, die goedgevonden heeft, het voorbeeld van anderen te volgen . en met de noorderzon te verhuizen. Eenige gastvoorstellingen kunnen een en ander nog wat goed maken. Die > van mej. Bloch , contre-alto der groote Opera te Parijs, heeft ons meer om de voortreffelijke vertolking der hoofdpartij in La Favorite, dan om de keuze van het werk voldaan. Hare altstem bezit geen bijzondere volheid, evenmin grooten omvang, doch is fraai van timbre en zeer evenredig in alle registers, iets dat, wat het hooge register betreft, niet altijd het geval is, daar bij zooveel alten het geluid alsdan iets mixtuurachtigs en schraals verkrijgt. In alle opzichten toonde zij zich eene zangeres van den eersten rang, die een uitmuntende school heeft doorloopen. Hare voordracht en actie waren voorbeeldig, en in de gewichtigste tooneelen eenvoudig en gepast, zonder de minste overdrijving. Gaarne hadden wij haar nog in een andere partij ontmoet, ten einde deze belangrijke en met een gunstig uiterlijk bedeelde artiste, nader te leeren kennen.

Nadat de directie, bij wijze van proclamatie had aangekondigd , dat het haar moeielijk viel in het emplooi van 2de zangeres te doen voorzien, hetgeen wij als bijna ougeloofelijk beschouwen en dat mej. Marimon, die alhier verwacht werd tot het geven van gastvoorstellingen, van dat plan om financieele redenen heeft afgezien, is de casus criticus eindelijk aan den avond der opera-campagne gunstig opgelost geworden.

Mej. Baibi, van de groote Opera te Lyon, die de bedoelde vacature zal vervullen, debuteerde dezer dagen in Le Barbier, Lucie en de indiscrete Traviata. Werkelijk

is men nu eene zangeres machtig geworden, die aau de vele vereischten van het emplooi van 1ste zangeres der opéra-comique en als 2de der groote opera in menig opzicht zal weten te voldoen, en, zoo de heeren directeuren willen, in het bijzonder eentoonig répertoire door hare medewerking eenige variatie zal kunnen te weeg brengen. Aan eene eenigszins zwakke doch welluidende sopraanstem paart zij eene keurige methode en alleraangenaamste en gemakkelijke manier vau zingen, waardoor zij den aandachtigen hoorder reeds dadelijk voor zich weet in te nemen. Doch de voornaamste eigenschappen van haar talent en de blijken van grondige studiën komen meest uit in de fraaie, fijn geronde stembuiging, de zuivere intonatie, evenredig van klankgehalte in alle tonen, buitengewone vaardigheid in trillers en staccato's, benevens eene beschaafde voordracht, die welligt door iets meerder losheid veel zou winnen. Hoewel wij haar gaarne ook op ander terrein dan het Donizettische en Verdische hadden zien debuteereu, te meer daar wij in den regel met dergelijke opera's overladen worden, constateeren wij billijkerwijze dat de partijen van Rosine, in Rossini's altijd welkome Barbier, LMcie en Violetta in vele jaren hier niet zoo goed vervuld werden, als nu het geval was. Ook de heeren Boyer (Basile), Jouard (Bartkolo) Sylva (Femand) en Lasalle (Asthon) verdienen loffelijke vermelding.

CONCERT D1LIGENTIA.

Ztsde concert, Woensdag 8 Maart.

Programma: Symphonie n°. 8 van Beethoven. Recitatief en Aria Auf starkem Fittige" uit die Sehöpfuny van Haydn, gezongen door mevr. Anna Walter-ïtrauss. Concert voor violoncel in E-mol, op. 34, van A. Lindner, voorgedragen door den heer Friedric« Grützmacher. Twee entre-actes uit Rosamunde van Schubert. Aria vliel raggio ensinghier" van Rossini . Fantaisie voor violoncel (Santa Chiara) van Grützmacher . Liederen: vMit Myrthen und Roseri' van Schumann, Neve Liebe van Walter. Ouverture der Freischütz van Weber.

Het orkest werkte zeer loffelijk, zoowel in de symphonie als in de compositiën van Schubert en Webeu. Bijzonder gelukkig waren de trompet en de hoorn in het derde gedeelte der symphonie, terwijl het Allegretto door losheid en bevalligheid uitmuntte. De beide juweeltjes van Schubert voldeden algemeen, en tot lof van de leden van het orkest zij aangemerkt, dat te solopartijen daarin met goeden smaak en met beschaafdheid werden voorgedragen.

Mevrouw Anna Walter-Strauss voldeed ons in den aanvang minder goed, zoodat wij na de aria van Ha.ydn niet geheel bevredigd waren. Bepaaldelijk was de voordracht eentoonig en kostte het zingen eenige inspanning. In de latere nummers echter werd het orgaan losser en de voordracht bevatliger, zoodat ten slotte de indruk gunstig was.

De heer Grützmacher behoort tot die kunstenaars, die terstond op onverdeelden bijval aanspraak mogen maken. Zekerheid, fraaie toon, verbazende vlugheid zijn de kenmerken van zijn spel. Jammer slechts dat het répertoire der violoncellisten zoo weinig compositiën oplevert, die

: blijvenden indruk achterlaten!

QÜAETET- EN TRIO-VEREENIG ING.

Derde soiree, Woensdag 1 Februari 1871.

Programma. Quatuor n°. 27, in F-dur, van Mozart, voor hobo, alt en violoncel. Romance voor hobo en piano, op. 94, van Schumann. Quatuor van Schumann, voor piano, viool, alt en violoncel. Quintuor voor violen, alt en 2 violoncellen van Schubert.

Sluiten