Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

Het koor zong tot slot twee liederen van den heer Xirwald, directeur der Zangvereeniging. Beide, »Hausüche Lust" en » Waldgesang", zijn vrolijke, opwekkende aangstukken, waarvan vooral het laatste luide werd toegejuicht. Hartelijk hopen wij in 't vervolg met meerdere composities van hem bekend te worden gemaakt.

Het koor heeft goed gezongen en ruimschoots het zijne tot den goeden afloop von het geheel bijgedragen.

De heer Coenen accompagneerde alle stukken op de piano. We zouden in herhalingen vervallen, zoo we zijne verdiensten op nieuw bespraken. Genoeg, het was voortreffelijk.

Ook bet muziekgezelschap » Uit kunstliefde" is eindelijk met zijn eerste concert voor den dag gekomen, en wel op Donderdag 2 Maart j.1. Als solisten traden op mej. C. Meijsenheim (zang) en de heer Hekking (viool), heiden uit den Haag.

Eerstgemelde gaf in een aria uit J Puritani en een uit Figaro''s Hochzeit, onmiskenbare blijken van veelzijdige studie en ontwikkeling, van bravoure en virtuositeit en van het bezit eener krachtige omvangrijke sopraanstem. Onverdeelden lof brengen wij haar voor de uitvoering der beide liederen aan 'tslot, Schubf.et's »Erlkonig" en Schumann's »Widmung". Opvatting en vertolking, vooral van eerstgenoemd lied, kwamen ons onberispelijk voor.

De heer Bekking speelde : concert voor viool van Mendelssohn met orkest, Ballade en Polonaise van Vieuxtemps en Cavatine van Raef, met accompagnement van piano, alles uit het hoofd. Ongetwijfeld is de heer Hekklng een hoogst verdienstelijk kunstenaar, maar hij was dien avond niet gelukkig, vooral niet in het concert van Mendelssohn , waarin hij met eene ontstemde viool had te kampen, en waarin overigens het orkest, inzonderheid het Haas-personeel, allerslordigst geaccompagneerd heeft. De compositiën van Vieuxtemps en Raee liepen beter van stapel, en de heer Hekking spreidde daarbij veel virtuositeit ten toon. De toon van zijn instrument heeft iets gevoileerds en munt niet uit door kracht en schoonheid.

De uitvoering door het orkest van Gade's symphonie n°. 4 was goed en in 't Andante soms voortreffelijk. Daarentegen liet die der ouverture Medea van Cherubini veel te wenschen over. Zij was ruw en onzeker en weinig geschikt om indruk te maken.

Wij mogen intusschen onze eischen niet te hoog stellen , wetende hoeveel zorg en moeite het den ijverigen directeur kost, om het orkest in stand te houden, en hoe het voor een groot deel uit dilettanten is samengesteld. * * *

BUITENLANDSCHE BERICHTEN.

MUNCHEN.

ie SOIREE DER KONINKLIJKE VOKALKAFELLE.

Sedert ruim drie eeuwen wordt aan de kerkelijke muziek esn inzonderheid het koorgezang aan ons hof groote zorg gewijd. De in de geschiedenis der muziek met den meesten roem opgeteekende meesters stonden de belangen der hofkapel van de Beiersche vorsten voor. De verschillende wijzigingen in de dienstvoorschriften der hofkapel, ten deele door de veranderingen bij het Opera-personeel veroorzaakt, voorts de uitsluiting van instrumentale muziek sinds het jaar 1837, gaven aan de vocale muziek een belangrijken stoot. Toen in den laatsten tijd onze muzikale toestanden veranderingen oudergingen, bleef dit niet zoadev invloed op de werkzaamheden van het zangkoor.

Dit en de hervormingspogingen op het gebied der kerkelijke muziek gaven dengenen, welke aan het ontstaan van de concerten der Vokalkapelle deel hebben, met name Pranz Wüllner, gelegenheid zich op eervolle wijze een historischen naam te maken.

De jongste soiree geeft aanleiding om de verdiensten der leden van deze instelling op nieuw met lof te releveeren. Palestrina's motet Jubilate Deo was een waardige inleiding. Het vijfstemmig koor »Uebers Gebirg Moria geh" van J. Eccard (1553), is een werk, dat zijn tijd ver vooruit is. Stobuus, door de indrukwekkende cadenz van zijn met groote vlijt gecomponeerd zesstemmig koor: » Uns ist ein Kind geboren", biedt den muziekkenner een zeer interessant werk aan.

Van Ant. Lutti werd een tienstemmig Crueifuvus ten gehoore gebracht. Het koor doorstond op schitterende wijze een ware vuurproef met deze compositie. Bovendien werd gegeven het motet »Komm Jesu, komm" van Bach, benevens de 117de psalm van Franz. een voortreffelijk werk, waarin wij vooral de fuga prijzen.

Wat profane muziek betreft bevatte het programma twee oud-engelsche madrigalen: »Fliesset dahin ïhr Thranen" van J. Bennet en »Feitr, Feur",v&ri Th. Morley; beiden zijn de beste Italiaansche madrigalen waardig. Verder hoorden we nog drie vierstemmige liederen van Schumann, een duet van Steffens en Mozart's Abendempfindung.

Gluck's Bolder Blüthen is een fragment uit een zijner Duitsche zangspelen met den oorspronkelijken tekst:. y>Kla. Me, kli, klo, klu, liebes Bachlein rauselie zu!" De organist en muziekdirecteur Bitter te Maagdenburg nam het met den eersten door mej. Meller gedichten tekst in zijn bundel Harmonie op; in de concertzaal werd het door Sophie Fürster ingevoerd. Deze lieve compositie verdiende zeer zeker ruimer verspreiding.

Tot afwisseling stonden op het programma twee stukken voor violoncel Air en Gavotte van Bach, welke onberispelijk door den heer Bennet werden voorgedragen.

De soiree was zeer talrijk bezocht en al de nummers werden levendig toegejuicht.

2de SOIREE DER KONINKLIJKE VOKALKAPELLE.

Programma. Eerste afdeeling. 1. Motet «Der Geist hilft uns'rer Schwachheit auf" (dubbel koor) van joh. seb. bach (geb. 1685).

2. a. »Domme Jesu Christe" van h. p. da palestrina (geb. 1514). b. «Ave maris stella" van h. led hasler (geb. 1564).

3. Cantate «Dopo tante e tante pene" van benedetto marcello (geb. 1668). 4. Et incarnalus, Crncifixus sn SchlussJuye, uit het Credo, van luigi cherubini (geb. 1760). Tweede afdeeling. 5 Motet rEs ist gewisslicli war" van heinr. schutz (geb. 1585). 6. Zwei Lieder, a. «Aas gutern Grurtd"; b. «Annelein fein". 7 «Folies d'tspagne", viool, van arcangelo corelli (geb. 1653). 8. Zwei Friihlingslieder van goethe, a. n'Fage der Wonne"; b. «Zwischen Waizen und Kom" van moritz hauptmann (geb. 1792) 9. Motet nQui sedes Domine" van franz wüllner.

Het programma der eerste soiree heeft de uiteeuloopendste oordeelvellingen uitgelokt. Intusschen kunnen de soirees onzer Vokalkapelle niet met den gewonen maatstaf onzer concerten gemeten worden. Bovenal moet in het oog worden gehouden, welke moeite en inspanning de daarstelling vordert van zulk een koor., vooral in onzen tijd, met het oog vooral op het gebrek aan omvangrijke altstemmen, die hoofdzakelijk bij de uitvoering van oudere compositiën onontbeerlijk zijn. Dezelfde zwarigheid doet zich ook met de tenoren voor, bij welke het fausset-zingen in koorgezang niet meer in gebruik is. Voorts vergete men de technische moeielijkheden niet, die in de verdeeling der stemmen bij dubbel- en meervoudige

Sluiten