Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

koren te overwinnen zijn. Ten derde moeten ook de oudere werken naar den smaak van hun tijd beoordeeld worden.

Als wij de programma's der twee soirees vergelijken, dan vinden we dat het eerste beter geordend is en in de opeenvolging niet die hinderlijke uitwerking heeft van het tweede. De menigvuldige fragmenten in de programma's moeten wij afkeuren. Het al te groote contrast tusschen de slotfuga en het voorafgaande in het Et incarnalus uit Cherubini's Credo, doet ons wenschen het geheele Credo als afdeeling van een concert te mogen hooren.

Grooten lof verdient het achtstemmige motet » Qui sedes Domme" van Wüllner, dat we verreweg het beste zijner compositiën achten, dat we tot nog toe te hooren kregen; de in de middelgroep geplaatste fuga onderscheidt zich door helderheid, en de sobere vorm van het geheel maakt het werk bijzonder aantrekkelijk.

Bach's motet met dubbelkoor was bovenaan niet goed geplaatst. Het is gewoonte geworden, de werken van dezen meester aan geen critiek meer te onderwerpen. Ten onrechte. Want al heeft de grootmeester der toonkunst werken geschreven voor alle tijden, zijn voortbrengselen zijn toch, zooals bij alle menschenkinderen, niet altijd even volmaakt. Van dit motet kregen we geen bijzonder aangenamen indruk. Die overdreven polyphonie verstoort alle effect in de vocale muziek; de twee onderwerpen der dubbelfuga zijn niet belangwekkend genoeg, om het effect te verkrijgen, dat we van zulke werken verlangen. Vol verheven eenvoud en schoonheid is de derde satz, die breed is uitgewerkt.

De geestelijke liederen in de werken van Palestrina , Leo Hasler en H. Scuütz leverden een voortreffelijk contingent. Orlando di Lasso is men gewoon alleen in de kerk te hooren, ofschoon het getal zijner profane liederen volstrekt niet gering is. De Beijersche Hof- en Staatsbibliotheek bezit daarvan een groot aantal. Doch de tekst is van dien aard, dat ze niet geschikt zijn tot opvoering in het openbaar. Orlando's profane liederen verschillen niet veel van zijn kerkelijke compositiën, en men mag aannemen, dat de zangers zijner kapel bij de voordracht zich aan groote buitensporigheden overgaven en daaraan misschien ook door acteeren kracht bijzetten. De beide lenteliederen van Hauptmann pasten zoo weinig bij de voorafgaande van Orlando, dat het effect er sterk door leed.

Hoogst interessant was de voordracht van de cantate van Marcello, door mej. Rittee met diep gevoel en voortreffelijke opvatting van den tekst gezongen. Corelli's viool-compositie beviel ons niet erg. De uitgever Joachim heeft van het accompagnement te veel werk gemaakt.

De belangstelling in deze soirees neemt steeds toe, hetgeen we met groot genoegen constateeren, daar het niet alleen getuigt van zuiverder smaak bij het publiek maar ook van toenemende waardeering der verrichtingen van de kunstenaars.

CURIOSUM.

Directiones ad pulsationem elegantis et penetrantis instrumenti, vulgo Flageolet dicti, socius jucundus sive nova collectio lectionum ad instrumentum Flageolet. Londini 1667.

Greating Th. The pleasant companion or nevj lessons and instructions for the flageolet. London 1675.

Deze twee werken haalt Becker aan in zijn Musikalische Litteratur, pagina 353; wij kennen een heel aardig facsimile, waarvan slechts 50 exemplaren in den handel zijn gebracht, onder den volgenden titel:

Onderwyzinghe hoe men alle de Toonen. en halve Toonen,

die meest gébruijckelijk zijn, op de Handt-Flmjl zal konnevi; door den konstrijeken Musicijn G. van Blanckenburgh, Organist der staat Gouda.

V Amsterdam, bij Paulus Mattldjsz, in de Stmf-steegh, in Muzycboek gedruckt , 1654.

Op de eerste bladzijde staat een afbeelding van het instrument, waaruit men kan opmaken, dat het uit één stuk was, zooals die fluiten, welke in speelgoedwinkels verkocht worden. De stemming, vroeger in/'genoteerd, werd veranderd in c. Aan het slot van den tekst maakt de organist de volgende opmerking: »Deze beschrijvinge om de Handt-fiuyt heel zuyver te konnen bespelen, hebbe ik ten verzoeke van P. Matthijsz., ende te dienste van alle Liefhebbers van de Hand-fluyt aldus gestelt.

Gerbrandt van Blanckenburgh, Organist tot Gouda. Wij vestigen de aandacht onzer lezers op dit curiosum en teekeuen aan , dat het a ƒ 2,50 bij de uitgevers van Caecilia J. van Baalen & Zonen (van Hengel & Beetjes.) te bekomen is.

F.

FEUILLETON.

Amsterdam. Het tiende en laatste concert der Maatschappij Felix Meritis had plaats. Vrijdag 14 April, onder medewerking van mej. Bernariïne Hamakers, eerste zangeres aan de groote Opera te Parijs, den heer Bottchy, baszanger aan dezelfde Opera cn den heer C. Coenen uit Utrecht (viool). De orkestwerken van dit concert bestonden uit: Symphonie n°. 3 van Mendelssohn, ouverture Jessonda van Spohr en ouverture die Wtilie des Hauses van Beethoven.

Kutterdain. De driejarige Opera-onderneming, onder directie van den heer L. Saar, met het einde van dit seizoen zullende afloopen, heeft men getracht eene subsidie a ƒ 20,000 bijeen te brengen, ten einde de onderneming voor het volgende jaar onder dezelfde directie voort te zetten De inteekeuing voor deze subsidie is gebleken op verre na niet voldoende te zijn, zoodat de heer Saar reeds voor eenige weken verklaard heeft, de directie voor een volgend seizoen niet te kunnen aanvaarden.

Intusschen is nog geene nieuwe vereeniging opgetreden, om de onderneming voort te zetten, zoodat tot op heden de kans op 't behoud der Opera zeer zwak staat.

De oprichting der Hoogduitsche Opera dateert van 1 Mei 1860, en heeftalzoo onze stad zich tol nu toe slechts over een elfjarig bezit van dit belangrijke kunstinstituut mogen verheugen.

's Gravenhage. Pransche opera-voorstellingen gedurende de maand Maart: Faust (2 maal) en Romeo et Juliette van Gounod. L'Africaine van Meiierbeer. l.e barbier de Séville van Rossini. Le Chalet van Adam. Rigoletto en La Traviala (2 maal) van Verdi. Le voyage en Chine van Bazin. Lucie 4e Lammermoor en Don Pasrjuale van Donizetti. Le nouveau Sci//;/.cur du village van Boieldieu.

Tot directeur der Pransche Opera, voor het volgende toonceljaar, is benoemd de heer Emile Marck, vroeger directeur van de Opera te Straatsburg.

Haarlem. Maandag 27 Maart gaf de Zangvereeniging der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, onder leiding van den heer J. H. Broekhuijzen, eene uitvoering onder medewerking van mej. Meysenheim uit 's Hage, mevr. Colliti-'J'obisch uit Amsterdam, en welwillende ondersteuning van den heer F. K. uit Amsterdam, den heer Th. Jeltes uit 's Hage en eenige heeren leden der Orkest-vereeniging lUterpe.

De Zangvereeniging bracht ten gehoore: 1. Hymne „Gott du bist gross" van Spohr; 2. Vierstemmige liederen: a. Frühling en b. Abend-GlöcMein van J. H. Broekhuijzen. 3. Lohgesang van Mendelssohn. Het overige gedeelte van het programma werd aangevuld door onderscheidene zang-solo's.

Wapeningen. Den 31 Januari gaven eenige heeren en dames-dilettanten, onder leiding van den heer G. H. Kals-

Sluiten