Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en lossen zich eindelijk op in de klacht: »Nun Iierr, wess soll ich mich trosten ?" De wankelmoedigheid maakt echter plaats voor de hoop op God, want: »der Gerechten Seelen sind in Gottes Hand."

Nu wordt de liefelijkheid van de woningen des Heeren geschilderd en het verlangen van hen die met lijf en ziel zich verheugen in den levenden God.

»Ihr habt nun Traurigkeit, aber ich will euch wieder sehen und euer Herz soll sieh freuen " zoo luidt de tekst verder en wordt de troost herdacht die na allen kommer en arbeid gevonden wordt, want wij hebben hier geene blijvende plaats, maar zoeken de toekomstige, want cle laatste bazuin zal schallen en de dooden zullen opstaan. Dan zal het woord vervuld worden dat geschreven staat »Der Tod ist verschlungen in den Sieg. Tod, wo ist dein Stachel ? Holle, wo ist dein Sieg ? Herr, du bist würdich zu nehmen, Preis und Ehre und Kraft."

Het eigenlijk Eequiem volgt nu ten slotte met de woorden: »Selig sind die Todten, die in den Herren sterben, von nun an. Ja der Geist spricht, dass sie ruhen von ihren Arbeit, denn ihre Werke folgen ihnen nach."

Tot dus verre de tekst, in een volgend nommer hopen wij onze gedachten over den muzikalen inhoud van dit werk mede te deelen. Eichard Hol.

DE EXAMENS DEE MUZIEKSCHOOL VAN DE EOTTEEDAMSCHE APDEELING DEE MAATSCHAPPIJ

TOT BEVOEDEEING DEE TOONKUNST. Zij het ook wat laat, wij achten het plicht, zoodra het ons mogelijk is, een gepleegd verzuim in te halen, door het opnemen der programma's en van eenig verslag over bovengenoemde examens gehouden, den 7 en9 Pebr. Wij doen dit niet alleen in het belang der historische volledigheid van dit tijdschrift, maar ook en vooral omdat cle rotterdamsche muziekschool en de vruchten, die deze gewichtige instelling bij voortduur en toeneming oplevert, gelijk op bovengemelde avonden opnieuw gebleken is , volle aanspraak hebben op cle waarcleering van ieder, die het met de kunst wèl meent en die veredeling en beschaving van het opkomend geslacht op prijs stelt. De school was daaraan sedert meer dan het vierde eener eeuw in ruime mate bevorderlijk en is het steeds meer, sedert haar, door de instelling en uitbreiding der hoogere of kunstklassen, eene wijdere vlucht en richting is verleend. Zij is nu eene kweekplaats, waar jeugdige dilettanten, zoowel als kunstenaars, van de eerste beginselen tot de hoogste ontwikkeling kunnen worden opgeleid , waarvoor het degelijke onderricht van de meesters aan wie die leiding is toevertrouwd tot volkomen waarborg kan strekken, terwijl daarvan zoo nu als vroeger menig daadwerkelijk bewijs gegeven is in de resultaten, die het onderwijs heeft opgeleverd, o. a. bij verschillende kweekelingen, die reeds mot gewenscht gevolg cle kunstenaarsloopbaan hebben ingeslagen of aan den ingang daarvan staan. Wij zijn er zeker van, dat door den tijd meer en meer zal blijken, hoe deze muziekschool een waardig standpunt als kweekplaats der ware kunst in Nederland inneemt en handhaven zal en dat het eene onbegrijpelijke en onrechtmatige miskenning moet genoemd worden, wanneer men aan instellingen als deze, en zelfs aan eene muziekschool die den titel «koninklijke" voert, als het ware een brevet van onvermogen toedeelt, door jeugdige talenten voor hunne ontwikkeling bepaald en uitsluitend naar het buitenland te verwijzen, alsof daar, waar men niet

zelden op oude grootheid en roem teert, alleen het ware heil voor hen te vinden zon zijn. Het woord: »Wie geëerd wil zijn, moet zich zeiven eeren" is ten deze volkomen van toepassing.

Wij laten hier den inhoud volgen van de programma's van het examen en prijsuitcleoling, en van het examen van de kunstklassen der genoemde muziekschool.

EXAMEN EN PKIJSUITDEELING.

Eerste Afdeeling. — Marsch voor vier handen (uit Op. 3, G-dur), van G. M. vonWeber, door de 1ste Piano-klasse, 2de afdeeling. — a. Kinderlied; b. Scherzo (uit Op. 30), van Ferd. David, door eene leerling der 2de Viool-klasse. — Eenstemmige liederen: a. Morgenliedje, van S. de Lange; 6. Zomer bloempjes, van .1. J. H. Verhulst. Driestemmig Lied: Gebed, (Siciliaansche Volksmelodie), door de 1ste en 2de Meisj es zangklassen, lsteafdeeling, met de Jongens-zangklassen.—Lied ohne Worte voor de violoncel en pianoforte. (Op. 109, gecomponeerd in 1845), van F. Mendelssohn Bartholdy, door een leerling der2de Violoncel-klasse. — Polonaise voor acht handen, van O. Schmidt, door de 2de Piano-klasse, 2de afdeeling. — Serenade, van Ch. de Bériot, door een leerling der 2de Vioolklasse.— Driestemmige Liederen, van S. de Lange: a. Psalm XXIII, door de 2deen'3de Meisjes-klassen, lste afdeeling; b. Hooger lente, door dezelfde Meisjes-, metde Jongens-zangklassen. — Eerste deel uit eene Symphonie (Es-dur), van .1. Haydn, voor vier handen ingericht door G. Czerny, door de 3de Piano-klasse, lste afdeeling. Tweede Afdeeling. Finale uit een T ri o (F-dur), van J. Haydn, voor vier handen ingericht door J. Weiss, door de lste Piano klasse, lste afdeeling.— Variati ën op een oorspronkelijk thema, Concertstuk Op. vaii F. Grützmacher, door een leerling der 2e Violoncel-kl. — Kleine stukken (uit Op. 81), van Th. Kullak: a. Eröffnung des Kinderballs; b Ein fromm' Gebet; c. Die kleinen Jager, door de2de piano-klasse, 3de afdeeling. —Driestemmige Liederen: a. Gebed, van M. Hauptmann, door de 2de en 3de Meisjes-zangklaïsen; 6. Morgenlied, van F. Lachner, door dezelfde Meisjes-, met de Jongens-zangklassen. — Eerste deel uit een Concert (n° 23, G-dur), van J. R. Viotti, door een leerling der 3de Viool-klasse. — Variatiën, op het thema Nel cor piu non mi sento, van L. van Beethoven, door de 3de Piano-klasse, 2de afdeeling.

Prijsuitdceïing. Marsch voor vier handen (Op 45, n° 2, Es-dur), van L. van Beethoven, door de 3de Piano-klasse, lste en 2de afdeeling.

EXAMEN VAN DE KUNSTKLASSEN.

Eerste Afdeeling. Trio (n° 1, G-dur) voor de pianoforte, viool en violoncel, vim J. Haydn.—Aria (Er wardverschmahet) uit het oratorium der Messias, van G. F. Handel. — Fantasie (Op. 28, Fis-mol) .-oor de pianoforte, v. F. Mendelssohn Bartholdy.— Adagio en Rondo uiteen Concert (n° 4, in E) voorde viool, van F. David.—Recitatief en Aria (Soll ich auf Marnre'sFruchtgefild) uit het oratorium Josua, vin G.F. Handel.—Eerste deel uit eene Sonate i'Op. 31, n° 2, D-inol) voor de pianoforte, van L. van Beethoven. Recitatief en Duet (O schoner Au gen bliek), uit de opera Iphigenie in Tauris, van ,i. C. von Gluck. Tweede Afdeeling. Eerste en tweede deel uit een Quartet (n° 1, G-dur) voor twee violen, alt en violoncel, van J Haydn.— Sonate quasi una fantasia (Op. 27, n°. 2, Cis-mol) voor de pianoforte, van L. van Beethoven. — Concert (n° 2, D-mol), voor de violoncel van G. Goltermann. —Aria (Wenen mirLüfte Ruh') uit de opera Euryanthe, van CM. vonWeber.—Eerste deel uit eenConcert (n° 11, G-dur) voorde viool, van L. Spohr.— Scherzo (Op. 20,H-mol) voor de pianoforte, van F. Chopin.— Cl vat ine (Una voce po co fa) uit il Bar bi ere deSiviglia, van G. Rossini.—Menuet en Finale uit bovengenoemd Quartet voor strijkinstrumenten , van .1. Haydn.

Eene uitvoerige bespreking van genoemde examens verwacht men, nog zoolang nadat zij plaats hadden, van ons niet. De verrichtingen der elementaire klassen, op den eersten avond, geven daartoe, althans geene bijzondere aanleiding. Het zijn de knoppen en bloesems, waaruit zich later de rijpe vruchten kunnen ontwikkelen. Het zij genoeg, in het algemeen te zeggen, dat de uitvoering van het eerste programma zeer veel goeds leverde; dat de piano-klassen met veel technische juistheid en gelijkheid werkten, terwijl men in cle variatiën van Beethoven ook enkele leerlingen afzonderlijk

Sluiten