Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Si,

helmen van al het grootsche in het kunstwerk vervat. Dit nu ontbreekt aan Stagemann geheel en al. Geen, oogenblik zegt zijne stem wat er in zijn hart omgaat, geen oogenblik gevoelt men clie magnetische stroom, welke noodzakelijk is om het gemoed te openen voor het bijna onbewuste erkennen der waarheid van hetgeen men hoort en welke eerst met zekerheid de kunst tot eene taal der ziel maakt. Zijn hart heeft nooit in Paust geleefd. Die persoonlijkheid is voor hem eene vreemde, aangenomene, en zoo goed mogehjk wedergegevene fio-uur meer niet. Ik ga hier met stilzwijgen het somtijds detoneren van dezen zanger voorbij, te meer daar dit naar ik vermoed , aan toevallige dispositiën is toe te schrijven. En Bletzacher. .. ? Deze was , in tegenoverstelling, geheel en al éen met zijnen Mephisto. Dat koude, sarcastische, medelijdend spottende hoorde men in eiken toon. Men voelde den geest der negatie , den mensch zonder hart. Koud, koud, ijzingwekkend koud. Geen straaltje liefde. Niets. Tot in het laatste deel, waar die volle, heerlijke stem cle woorden van Pater profundis in het hart doet klinken en u geheel en al doet vergeten , dat diezelfde stem ooit eene koude rilling over uwe leden heeft kunnen doen loopen.

Doch nu de moeilijke, delicate taak om eene der liefelijkste , muzikaalste verschijningen uit onze stad te beoordeelen... Telkenmaal dat ons het genoegen werd geschonken Mevr. S. te hooren, erkenden wij het muzikale talent alsmede het aangename en klankvolle orgaan dezer dame; steeds hoorden wij haar met het meeste genoegen en wenschten wel haar veeleer als kunstenares dan als dilettante te mogen beschouwen. Ook ditmaal waren wij getroffen door het vele goede en schoone dat aan haar talent eigen is en schonk zij ons genoegen.

Maar is clit voldoende voor een Gretchen in P a u s t ? Wij laten deze vraag onbeantwoord.

Mevr. Collin Tobisch zong hare partij als volleerde artiste, zooals wij haar sedert lang hebben leeren kenden en achten. Vooral in de ensembles klonk haar orgaan prachtig. Trouwens wie zoude deze kunstenares niet naar waarde schatten telken male wanneer zij het publick iets van haren rijkdom te hooren geeft?

Niettegenstaande zijn schoon en frisch geluid kan cle heer' Link ons niet geheel bevredigen. Hij schijnt ons nog te weinig rijp. Vol jeugdig vuur en in het bezit van een zeer buigzaam en gemakkelijk aansprekend orgaan, laat hij zich dikwijls daardoor verleiden om te veel hartstocht en te weinig nadenken ten toon te spreiden. En toch twijfelen wij niet of na eenige jaren zal men hem mogen rekenen tot cle beste zangers van Duitschland. Er leeft in dat hart iets wat slechts noodig heeft door rijperen mannelijken geest en verstand bestuurd te woorden.

De heeren en dames dillettanten welke de ensembles uitvoerden, vervulden op zeer verdienstelijke wijze deze in dit werk van Schumann soms zoo netelige taak.

En laat mij ten slotte hulde betuigen aan hen die deze derde uitvoering tot stand brachten. Meer echter nog aan Verhulst, dis op zulk eene uitstekende wijze het o-eïieel leidde. Men gevoelde wel dat hij hier niet alleen de kunstenaar was die het werk in zich had opgenomen, maar tevens erkende men in hem een vriend die de innerlijke gevoelens van Schumann heeft leeren kennen.

BEEICHTEïï.

's Graveiihnge. — Op acht en zestigjarigen leeftijd overleed, den 11 April, de heer J. C. Zeiler, on¬

derwijzer voor fagot en contrabas aan de koninklijke muziekschool en eerste fagottist van het haagsche Orchest.

Hij was een der weinige overgeblevenen uit den bloeitijd der Hofkapel en als lid daarvan aangesteld sedert April 1829, nadat hij te Dresden bij het Hoftheater-orchest, eerst onder leiding van Carl Maria von Weber, en later onder Eeissiger was werkzaam geweest. Tot nog voor weinige jaren mocht men hem een der duchtigste fagottisten noemen en zelfs in den allerlaatsten tijd muntte hij uit door een zeldzaam fraaien, vollen toon. De voortrefielijke fagottisten Joh. M. Coenen, A. Berendes, J. De la Euente, om van anderen niet te gewagen, werden door hem gevormd.

— Met genoegen vernemen wij dat twee leerlingen deiKoninklijke Muziekschool in aanmerking gekomen zijn voor de vervulling van eervolle betrekkingen:

Mejufvrouw S. Bekker werd aangesteld aan de Muziekschool te Leiden (ovenals cle heer B. H. Gebhardt aldaar) voor het piano-onderwijs en de heer W. Koninks werd benoemd tot organist aan de St. Jozefskerk te Gouda in plaats van clen heer Jos. A. Verheven, die eene dergelijke betrekking- aan cle Mozes- en Aaronkerk te Amsterdam heeft aangenomen.

— Het examen voor de jeugdige toonkunstenaren die zich hebben aangemeld om op 's konings kosten hunne studiën buitenslands te mogen voortzetten, zal plaats vinden in de maand Mei in het lokaal Diligentia' en wel voor de piano op den 15en enlGen, voor cle strijken blaas-instrumenten op den 17en en 18en en voor den zang op den 19en en 20en dier maand.

Rotterdam. — In de opera is de beroemde tenorist Wachtel, vooral bij de laatste voorstellingen, voor eivolle zalen bij zeer hooge prijzen opgetreden.

— Ten voordeele en met medewerking van clen blinde pianist F. van Ommeren gaf cle Botterdamsche SymphonieVereeniging onder directie van den heer M. van Leeuwen een Concert op Dinsdag 25 April 11.

— De onlangs opgerichte Bach-Vereeniging, trad voor de eerste maal in cle openlijkheid en wel met eene uitvoering op 27 April naar het volgende Programma :

No. 1. Sonate voor Piano en Viool, voor te dragen door de heeren S. de Lange Jr. en E. Wirth; 2. Lied voor Sopraan, voor te dragen door Mej. Jeanne Chastel; 3. Chromatische Pantaisie und Puge voor Piano, voor te dragen door clen heer Joh. H. Sikemeier; 4. Aria voor Sopraan, uit de Pfingst Cantate, voor te dragen door Mej. Jeanne Chastel; 5. Concert voor twee Piano's (C-moll), met begeleiding van Quintet, voor te dragen door cle heeren S. de Lange Jr. en Joh. H. Sikemeier.

Wij hopen in ons volgend nommer onzen lezers omtrent deze vereeniging eenige bijzonderheden mede te deelen.

— De Liedertafel Botte's Mannenkoor onder directie van den lieer C. C. A. de Vliegh gaf haar tweede winterconcert op 29 April met het volgend programma:

Eerste Afdeeling. No. 1. Ouverture Die Felsenmühle, C. G. Eeissiger; 2. Des Heeren Huis, J. C. Boers; 3. Der 150e Psalm, Fr. Lachner. 4. Eembrandt (Feestzang), Joh. J. H. Verhulst. — Tweede Afdeeling. 5. S y mph o ni e No. 4, C-dur (Jupiter) W. A. Mozart; 6. Glo ck en t ö n e, C. A. Bertelsmann; 7. Dithyrambe, J. Eietz. (No. 3, 4 en 7 met Orchestbegeleiding).

Utrecht. — Het programma van het op 29 April te houden concert van de zangvoreeniging der Maatschappij t. b. v. Toonkunst alhier is aldus zaamgesteld:

Sluiten