Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9H

voerders van liet begeleidende strijkkwartet, het hunne toe om deze eerste uitvoering luisterrijk te doen slagen. Ten slotte melden wij dat er op 24 Juni e. k. door de Bach-vereeniging in de Groote Kerk te Haarlem eene uitvoering voor orgel, solo en koor zal worden gegeven.

Het programma zullen wij in het volgend nommer mededeelen. J. B. L.

EXCELSIOE.

Vaak heeft het ons verwonderd, ja het deed ons zelfs pijnlijk aan, bijna nooit in buitenlandsche bladen eenige mededeeling, laat staan eene ernstige beoordeeling aangaande nederlandsche toonkunstenaren en de uitkomsten van hun verdienstelijk streven aan te treffen. Dit stelselmatig verzwijgen van hetgeen er ten onzent op muzikaal terrein omgaat is onrechtvaardig en getuigt van eene geringschatting welke wij niet verdienen.

Met trotseh kunnen wij op een aantal begaafde mannen wijzen die de vergelijking met kunstenaren in den vreemde waarlijk niet behoeven te vreezen. Onze concerten en zangvereenigingen staan in geen enkel opzicht bij die van het buitenland achter, en toch zijn wij geheel niet in tel en toch trekt men met een medelijdenden glimlach de schouders op wanneer de werken van nederlandsche componisten, de muziekuitvoeringen met inheemsche krachten ter sprake gebracht worden.

Waaraan moet het toch geweten worden, dat de vreemde muzikale tijdschriften een hardnekkig stilzwijgen over ons bewaren, niettegenstaande zoo menig buitenlandsch kunstenaar getuige is van de voortreffelijkheid van hetgeen hier ten gehoore gebracht wordt? Zijn wij te bescheiden of te hooghartig om in deze het voorbeeld van andere landen te volgen, of ontbreekt het ons aan correspondenten die in staat zijn om het buitenland op de hoogte te brengen en te houden van onze toonscheppingen en daarvoor belang in te boezemen?

Bij het _ doorbladeren van verscheiden tijdschriften drongen zich deze vragen als aan ons op, maar tegelijkertijd viel het ons in hoezeer ook wij zelf het stilzwijgen bewaren over opmerkelijke verschijnselen welke in onze kunstwereld zich voordoen en die toch als het ware zich onder ons oog ontwikkelen. Wij dachten hier in de eerste plaats aan de Evangelisch-luthersche zangvereeniging Excelsior, welke op 18 April haar derde groote avondconcert in dit saizoen, onder leiding van haren directeur den heer G. A. Heinze, gegeven heeft. Deze vereeniging heeft gedurende de drie jaren van haar bestaan hare krachten gewijd aan de veredeling van het kerkgezang der Luthersche gemeente, een doel des te_ schooner, omdat, wij verheelen het ons niet, juist die tak der muziek ten onzent aan eene grondige verbetering behoefte heeft. De oorzaak hiervan is wei te zoeken in een streng vasthouden aan oude gewoonten en ook daarin, dat niet alle organisten op de hoogte van hunne taak zijn en dat de kerkelijke melodïën zonder maat gezongen worden. Het is waarlijk niet te verwonderen, dat die lang gerekte en maar al te dikwijls niet schoone gezangen, het godsdienstig gevoel des beschaafden kerkgangers kwetsen. Wel is deze overtuiging langzamerhand meer doorgedrongen maar niemand waagde het zich in deze voorop te zetten; eene doortastende hervorming kon dan ook eigenlijk alleen van de kerk zelf uitgaan. Aan het Consistorie der Hersteld-luthersche gemeente te Amsterdam komt de ver¬

dienste toe, dat het, niettegenstaande de hevigste tegenwerking, door zijn vrijmoedig en edel streven deze verbetering wist te verwerven. In samenwerking met een man die, sedert meer dan twintig jaren, in nagenoeg alle onderdeelen der muzikale toestanden te Amsterdam met goed gevolg werkzaam is, en die zich in eene welverdiende sympathie en populariteit mag verheugen, kwam het plan voor de vestiging van een kerkgezang-vereeniging tot rijpheid. De leiding daarvan is toevertrouwd aan een opper- en een onderbestuur welke, met den directeur, den gang der werkzaamheden regelen. De geldelijke aangelegenheden worden beheerd door stichters, donateurs en enkele leden, door het kerkbestuur benoemd; met onvermoeiden ijver zorgen deze voor het aanleggen eener eigene boekerij en het aanschaffen van een passend orgel, daar, jammer genoeg, het zeer fraaie en groote orgel der kerk, door de ligging van het koor niet kan gebezigd worden. Verder heeft men, met medehulp van een onzer verdienstelijkste kunstenaars, den heer Joh. Bastiaans, een aanvang gemaakt met het rhytmiseeren der luthersche kerkgezangen en is er eene zangschool gesticht, alleen voor de kinderen der gemeenteleden bestemd, waarin zij grondig theoretiesch en praktiesch onderwijs genieten. Deze zangschool is in twee afdeelingen geplitst en de leerlingen der eerste betalen eene onbeduidende jaarlijksche bijdrage, terwijl die der tweede afdeeling gratis onderwezen worden; in deze wordt men geleid door de overtuiging, dat men eerst eene betere muzikale opvoeding aan het volk moet verschaffen wil men door de toekomstige geslachten doen oogsten wat thans gezaaid wordt.

De leden der zangvereeniging (uitsluitend protestanten) tot wier aanneming als zoodanig de noodige stemontwikkeling en voorbereidende kennis der muziek vereischt worden, houden wekelijks eene oefening. Hun getal is reeds tot ruim 120 gestegen en daaronder bevinden zich vele opmerkelijke talenten. De werkzaamheden der vereeniging bepalen zich, wat de kerk aangaat, alleen tot medewerking op de feestdagen: het Paaschfeest, het feest der Hervorming en Kerstmis. Zij droeg in het afgeloopen saizoen motetten voor van J. Seb. Bach, Mendelssohn, Gahrich, Bortnianski, Heinze, Laurent en J. M. Bach. Bovendien geeft zij telken winter drie concerten waarbij de toegang vrij is. De met duizende toehoorders dicht bezette kerk toont bij zulke gelegenheden hoe klimmend steeds de deelneming en sympathie van het publiek is voor deze genotvolle avonden. Het program voor het laatste concert in dit saizoen bestond uit: 1. Pigurirter Choral van Seb. Bach; 2. Aria voor basstem uit Josua van Handel; '3. Hymne voor koor en sopraansolo van Mendelssohn; 4. Pragmenten uit het oratorium Die Auferstehung van G. A. Heinze, bestaande uit aria's voor bariton, sopraan en alt en uit de kooren no. 2, 5, 7 en 10. De solisten waren mevrouw Louise Schade (sopraan), mejufvrouw J. 0 Broekman (alt), de heer Burghard (bariton) en de heer H. Joosten (bas). De uitvoering had een groot en rechtmatig succes.

Wij meenen, zonder overdrijving te mogen beweeren, dat geene muziekvereeniging in den lande de kunst zoo zeer en zoo belangloos ter harte neemt als het amsterdamsche Excelsior en dat het daarom gegronde aanspraken heeft op vermelding en hoogachting. Met genoegen vernemen wij, clat ook elders zich verschijnselen voordoen die aanduiden, dat dit schoone voorbeeld weldra zal gevolgd worden.

A. B.

Sluiten