Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H

i

tegenwoordig doorgaans meer bij name dan uit zijne werken bekende fantasist Hoffmann zocht eens naar een antwoord langs praktischen weg, op eene wijze die den met het proefstuk niet bekenden lezer allicht niet onaardig zal voorkomen, terwijl anderen 't zich misschien nog wel eens willen herinneren.

Kapelmeester Johannes Kreisler, — een dier figuren , waarin Hoffmann bijzonder behagen scheen te scheppen, en bij wie de grenslijn tusschen genialiteit en onzin bezwaarlijk te bepalen valt, -— ontvangt op een goeden avond ten zijnent de vrienden van den muziek-club, en maakt zich gereed hun eene zijner fantasiën voor te spelen. De «bedachtzame" der vrienden komt intusschen op den inval, vooraf te onderzoeken of een der hamers in het klavier wel behoorlijk gerepareerd is, opent het instrument, en, den blaker van de schrijftafel nemend, begint hij het zorgvuldig na te zien. Ongelukkig valt bij dat onderzoek de snuiter op de bovenste snaren, waarvan er een aantal springen; en zoo schijnt dan al het voorgesteld muzikaal genoegen van den avond voor goed afgesteld....

— »En toch wil ik fantaseren! — riep Kreisler uit, in den bas is alles nog heel, en dat is genoeg voor 't oogenblik."

De Clubbisten gingen zitten, men doofde op'skapelmeesters verlangen al de kaarsen uit, en, terwijl alles nu in dichte duisternis verkeerde, greep Kreisler pianissimo, met opgeligt pedaal het volle —

As-dur-akkpord.

Zoodra de toonen begonnen weg te sterven, sprak hij: — »Wat ruiseht daar zoo vreemd, zoo wonderbaar om mij henen? Onzichtbare vleugelen zweven op en neer; ik baad in wolkigen aether. Maar de nevel glanst op in vlammende, geheimzinnig zich slingerende kringen. Vriendelijke geesten zijn het, die de gouden wieken reppen tot heerlijke, betooverende klanken en akkoorden."

As-moll-akkoord (mezzo forte).

»Ach! zij voeren mij naar het land der oneindige zaligheid, maar, terwijl ze mij aanvatten, ontwaakt de smart en tracht do borst te ontvlieden die zij verscheurt met geweld."

E-dur, sext-akkoord ('pin forte).

»Houd moed mijn hart! — breek niet, getroffen door den zengenden straal, die doordrong in mijne borst! — Waak op mijn geest! en verman u en hefu omhoog in het element, dat u worden deed, dat uwe woning is!"

E-dur, terz-akkoord (forte).

»Een heerlijke kroon, ja, brachten ze mij! Doch wat daar zoo glanst en in haar als diamanten fonkelt, dat zijn de tranen, die ik stortte, en in het goud flikkeren de vlammen die mij verteerden. — Moed en macht, kracht en vertrouwen hem, die in 't rijk der geesten te heerschen geroepen is!"

A-moll (Harpeggiando dolce).

»Waarom vlucht gij, liefste mijn? Vermoogt ge 't als onzichtbare banden allerwege u omvatten? Te zeggen, te klagen weet gij het niet, wat dus zich in uw borst verheelde als vlijmende smart en toch met zoeten wellust u doortintelt? Doch alles zult gij weten als met u ik spreek, als met u ik koze in dier geesten taal, die ik spreken kan en die gij zoo goed ook verstaat!"

»Ha! hoe lost uw hart zich niet op in genot en in liefde, als ik in heftige vervoering met meiodiën als met minnende armen u omvat! Wijken moogt ge van mij niet meer, want die heimlijke verwachtingen die de borst u beëngden, ze zijn vervuld. De toon sprak, uit mijn binnenste, tot u een troostende orakeltaal!''

B-dur (accentuato).

»Wat vroolijk leven in 't woud en langs de velden in liefelijke lente! Alle fluiten en schalmeijen, die den

Sluiten